Verzinnen is menselijk

Stel je voor: je mag op afstand deelnemen aan een kringgesprek van zeven moordenaars en je kunt alleen nog maar denken: “Wat schattig, die fantasie.” Niet realistisch? Fictie ten top? Wie The Making of Justice zag (een ‘fictie-documentaire’ staat in de omschrijving), denkt er wellicht anders over. Tijdens de dinsdagmiddagscreening van de docu kwam een onverwacht hoge mate van vertedering op in het publiek, en ook in mij. Misschien nog wel sterker in mij, omdat ik de zaal was binnengelopen zonder van tevoren ook maar iets over de documentaire te hebben opgezocht.

Geleidelijk kwam ik erachter dat het
a) veroordeelden waren waar we naar keken, en even later pas
b) veroordeelden die nog in de gevangenis zaten tijdens de gesprekken en tenslotte
c) dat deze veroordeelden stuk voor stuk een vreselijke misdaad hadden begaan.
Maar parallel aan deze ontdekkingen vielen mij ook heel andere dingen op. Het berouw, de hechte band met elkaar, de humor, de intelligentie, de schaamte, hoe normaal iedereen was. Eén van de moordenaars vertelt dat de eerste respons van de familie van zijn slachtoffer was: “Maar wat zie je er normaal uit!” Dat komt voor de toeschouwer inmiddels niet meer als verrassing. Wij zitten al een uur naar normale mensen te kijken.

Anybody’s capable of murder, given the right circumstances”: in de serie Broadchurch choqueert detective Alec Hardy (meesterlijk gespeeld door David Tenant) met deze uitspraak zijn kersverse collega Ellie Miller (Olivia Colman). Miller, die al langer in het Zuid-Engelse kustdorp woont en het als een moederkloek opneemt voor de dorpelingen, blijft volhouden dat ze deze mensen kent, dat het goede mensen zijn: “Most people have a moral compass.” Hardy is genadeloos: “Compasses break.”

Zolang een gebroken kompas een menselijk orgaan is, kan het ook weer helen

The Making of Justice draait Hardy’s uitspraken om. Een gebroken kompas is niet permanent gebroken. Zolang het een menselijk orgaan is, kan het helen. Als alle ‘normale mensen’ een misdaad kunnen plegen onder de juiste (of verkeerde) omstandigheden, dan zijn veel van de mensen die een misdaad plegen uiteindelijk dus ook nog steeds normale mensen.

Dat wil zeggen, in theorie. Want een normaal mens ben je alleen als je je in de context van de maatschappij bevindt, niet in isolement. Maker Sarah Vanhee laat in The Making of Justice zeven moordenaars het script schrijven voor een misdaadfilm. Een van de moordenaars stelt voor om in het script over misdaad, waar zij als misdaadexperts aan meewerken, dader Tom te laten vragen of hij mag herintreden in de maatschappij. Op de begrafenis van zijn vader misschien, als hij speecht? De fictie laat hier de realiteit zien als de mannen de reacties verzinnen: afwijzing, onbegrip. “Dat er dan iemand zegt: daar komt hij weer met zijn verhaal.”  

Tijdens het nagesprek vertelt Vanhee dat ze maar de helft van de gevangenen die zich hadden opgegeven voor dit project liet meedoen. Tijdens de selectieprocedure bleken er ook gegadigden te zijn die de film zouden willen gebruiken voor hun eigen zaak, voor hun gewin, als manipulatiemiddel. Het doet mijn schrijversgroepsgenoot Stella zich afvragen waarom de mannen die in de documentaire zitten wél de waarheid zouden hebben gesproken.

 

Wie kan er met zekerheid zeggen waarom hij deed wat hij deed?

Waarom heeft er iemand gezegd dat er maar twee juiste dingen over de zaak in de krant stonden: zijn naam en die van zijn slachtoffer? Maar zo is het denk ik met ons allemaal. Wie kan er met zekerheid zeggen waarom hij of zij deed wat hij deed, wat we voelen en denken? We maken achteraf allemaal een verhaal, trekken een conclusie die ons het meest logisch lijkt uit de stukjes houvast, de impressies die we onthouden in een waas van dagen en dingen en mensen.

Verzinnen is menselijk. Misschien wel de meest menselijke van alle eigenschappen, en daarom ook zo effectief in The Making of Justice: net kinderen die een verhaaltje maken over wat ze hebben meegemaakt, denken we. Net mensenkinderen.

Esmé van den Boom