De vreemdheid van ons gezicht, en van het verschil tussen man en vrouw

Door: Nouschka van der Meij

Een man in pak loopt, in zichzelf brabbelend, heen en weer over het podium. Hij neemt plaats achter een grote bol klei en steekt een bosje stro aan. Achter hem hangen platen metaal en om hem heen staan kommen met onbekende vloeistoffen die doen denken aan het lab van een alchemist. Zachtjes wiegt hij zijn lichaam heen en weer terwijl hij rare klanken uitstoot. We gaan een bijzonder ritueel meemaken.

Olivier de Sagazan

Niels Knelis Meijer

Olivier de Sagazan

Transfiguration is een angstaanjagende reis door de geteisterde psyche van een kunstenaar. Met grote blokken klei geeft Olivier de Sagazan zichzelf letterlijk keer op keer een nieuw masker, om het even later met een zekere agressie weer in stukken te slaan. De maskers beginnen menselijk, maar worden steeds dierlijker. Met zwarte verf stipt hij zijn oogleden aan en een veeg rood vormt de mond. De kunstenaar laat het publiek ademloos toekijken: hij smeert zijn gezicht vol met klei, sluit zijn ademwegen af en lijkt ons een tijd lang gezichtsloos aan te kijken. 

Ondertussen vliegen klei, verf en water in het rond en begint zich achter hem op het metaal een soort schilderij te vormen. Hij slaat met zijn hoofd tegen het metaal, met een oorverdovend galmen als gevolg. Een half uur lang hebben we geluisterd naar Frans en Engels gefluister doorbroken door het geritsel van stro en het geluid van natte klei. De herhaling van de woorden ‘Where are you, my friend?’ maakt dat het publiek zich aangesproken voelt. De drang om een deel te zijn van het ritueel zorgt ervoor dat ik soms bijna mee begin te zingen met de galmende klanken die De Sagazan uitkraamt. 

Na dat eerste half uur zet de muziek in, zweverige muziek die de rituele sfeer onderstreept. De kunstenaar scheurt zijn pak aan stukken en gooit ze het publiek in. Hij begint borsten te kleien, die hij van rode tepels voorziet en kleit zijn eigen vulva. Hij kruisigt zichzelf aan de metalen platen, als een vrouwelijke Christus. Onder de borsten vormt zich een zwangere buik die hij met rode verf kapot slaat en omtovert tot een kind met armen van stro. Later tovert hij dat kind weer om tot een grote fallus.

Als publiek kom je in een emotionele achtbaan terecht. De show laat je lachen, maar er zit een laag spanning over alles heen. De ruimte is donker, De Sagazan gebruikt rook en de kleuren zwart en rood geven een negatief gevoel. Door zijn eigen gezicht te mismaken met klei maakt De Sagazan ons bewust van de vreemdheid van ons gezicht. Wanneer hij zichzelf tot vrouw omtovert roept hij nieuwe vragen op over het verschil tussen man en vrouw in onze huidige maatschappij. De agressie en radeloosheid waarmee hij al zijn creaties vernietigt of laat vallen, laat het publiek de benauwde geest van de kunstenaar voelen. 

 

Transfiguration. Olivier de Sagazan. Grand Theatre. 

Jelke Ludolphij