Hent Hamming 'spuugt angst recht in de gore bek'

Door: Willem van Oosterom

Donderdag 16 augustus, twaalf over zeven ’s avonds. In de zaal van het VRIJDAG theater zitten zes andere mensen. Ik ben vroeg. De extra tijd spendeer ik door me af te vragen of ik wel op de goede plek ben. Op het podium staan een bank en twee stoelen – dit is toch een solovoorstelling? Het publiek stroomt binnen. De vrouw die naast me komt zitten becommentarieert het decor: dit lijkt niet op een solovoorstelling. Ik ontspan – dit is de goede plek.

Hent Hamming & Nico van der Wijk
Hent Hamming & Nico van der Wijk

De voorstelling begint. Het scherm achter het podium licht blauw op, zoals ijs. Hent Hamming, een sympathiek ogende man van in de vijftig, neemt het podium tot zich. Mensen uit Eelde zullen hem vooral kennen van zijn ondernemerschap. Toch staat Hent nu niet als ondernemer op het podium. Langzaam wordt de opzet van het decor duidelijk. De twee stoelen representeren Hents ouders. Hent zelf staat voornamelijk, of hij zit, midden op de bank.

Hent begint staand. Hier neemt hij bijna een presentator-achtige rol aan. Hij legt ons uit hoe hij een beginner is, en in dit stuk Hent Hamming zou spelen. Hiermee wil hij ons in zijn schoenen (of schaatsen) doen stappen. Hij zegt dat hij niet bang is van angst, en dat hij angst recht in de gore bek wil spugen. ‘Als u weg wil lopen mag dat op elk moment, doe vooral wat u zelf wilt.’ Niemand zal weglopen deze avond.

Dan gaat Hent zitten, midden op de bank. Hij vertelt ons van alles over zijn jeugd in Groningen. Hoe zijn vader kinderverpleger was, en hoe ze in een groot huis woonden. Dat hij van schaatsen hield en zijn vader een ijsbaan had. Hent doet zijn schoenen uit en gaat achter de bank staan. Ineens begint hij schaatsbewegingen te maken – er is nog meer in dit decor dan ik al dacht. Op deze manier vervolgt hij zijn verhaal, zijn passie voor schaatsen komt hier naar boven. Hents verhaal zelf is eigenlijk vrij luchtig aan het begin. Het voelt bijna alsof hij de hele tijd om zijn punt heen draait.

Maar soms, als Hent rechts op de bank gaat zitten, gaan de lampen uit. Dan beschijnt alleen één kleine lamp delen van zijn gezicht – een grimmige sfeer. Een audiofragment speelt: een kinderstem neemt ons mee terug naar een ervaring van Hent als achtjarig jongetje. Dit is ongetwijfeld het verhaal waar Hent op doelde toen hij zei dat we elk moment weg konden lopen.

Des te verder de audiofragmenten komen, des te meer Hents verhaal betrekking krijgt op de mishandeling door zijn vader. Ook als hij midden op de bank zit. Hij vertelt over de kamer die bestemd was om tikken te krijgen. Hoe hij zelf zijn vaders wapen mocht uitkiezen uit een collectie latjes. Ook noemt hij hoe hij de wens had zijn vader terug te pakken. En gaandeweg komt de rol van Hents moeder nog wat meer aan bod.

Gedurende de voorstelling krijgen we een goed beeld van Hents jongere jaren. Zelf trekt Hent niet teveel conclusies, dat laat hij aan de toeschouwer over. Hij noemt bijvoorbeeld wel dat hij een tijdlang gefeest heeft, maar trekt niet nadrukkelijk de conclusie dat het feesten een vlucht uit zijn verleden was. Toch vermoed je dat wel als toeschouwer. Doordat Hent op elk moment rechts op de bank kan gaan zitten, blijf je je steeds bewust van de kindermishandeling. Op deze manier brengt Hent ons effectief in zijn schoenen – of schaatsen. Hij laat ons met hem meedenken.

Na afloop was ik verbluft door alles wat ik gezien en gehoord had. ‘Ik heb echt een drankje nodig,’ hoor ik iemand in het publiek zeggen. De vrouw naast me draait zich naar me toe en roept uit hoe dapper ze deze voorstelling vindt. Ik stem ermee in en we hebben het even over hoe deze voorstelling waarschijnlijk wel therapeutisch moet zijn voor Hent. De vrouw benadrukt nog eens hoe dapper ze het vindt dat Hent gewoon zijn eigen naam gebruikt, en deze voorstelling ook nog in zijn eigen stad Groningen opvoert. 

Ja zo hee, denk ik bij mezelf, echt recht in de gore bek. 


IJS. Hent Hamming & Nico van der Wijk. VRIJDAG Theater.