‘In je eentje kun je geen held zijn. Dat willen we mensen laten zien’

Laura Mijnders interviewt Marco Chenevier

De sinaasappel
‘Wie wint het geld?’ Het publiek zwijgt. Iedereen blijft zitten. ‘Gelukkig’, denk ik nog. Maar na drie minuten loopt er toch een vrouw het toneel op. Ze is iets ouder dan ik en hoogzwanger. Ze knikt de spelers toe. Zij is bereid om de sinaasappel in de ogen van de danseres uit te knijpen. Wanneer ze dit daadwerkelijk doet, wint ze hiermee vijftig euro plus al het geld dat eerder vanavond tijdens de voorstelling is ingezameld. Mijn maag probeert zich om te keren, ik hap naar lucht.
Uit de luidsprekers klinkt nu de monotone stem van een computer: Als we als publiek het uitpersen van een sinaasappel in de ogen van de danseres willen stoppen, moeten we:
(a)   Ofwel 119 papieren vliegtuigjes in het opblaasbare zwembad laten landen
(b)   Ofwel 30 sinaasappels tegen de hoogzwangere vrouw aangooien, vanuit een op het podium gemarkeerde cirkel. 
Hoe ver zijn we als publiek bereid te gaan? En hoe ver ben ik bereid te gaan? Het papieren zakje met daarin een servetje, een A4’tje en een sinaasappel ligt onaangeroerd op mijn schoot. Ik weet niet zo goed wat ik hiervan vind.

De keuze
De danseres legt haar hoofd in haar nek en spert haar ogen open. Er klinkt een zoemer, wat het startsein aangeeft voor zowel de hoogzwangere vrouw als het publiek: we moeten nu een keuze maken. Met een zwaar gevoel in mijn benen ren ik naar de cirkel op het podium toe. Zal deze vrouw het echt doen?

Ik gooi. Mijn sinaasappel raakt de vrouw tegen haar schouder. De computerstem telt: ‘Eén sinaasappel.’ En nu? Volgens de regels van het spel moet iedereen die een sinaasappel gooit, in de cirkel blijven staan. Plots rent een vrouw uit het publiek naar de speelvloer. Ze raapt alle sinaasappels op en geeft ze aan de mensen die in de cirkel staan. Ik gooi en gooi, maar hoewel ik nog zeker vijf keer de vrijwilligster raak, geeft de zoemer een foutmelding aan. Ik snap het niet en raak gefrustreerd. Mijn ademhaling schiet omhoog, maar regels zijn regels, ik moet in de cirkel blijven. De hoogzwangere vrouw knijpt de vrucht uit in de ogen van de danseres. Het spel is voorbij. Verbouwereerd loopt ik terug naar mijn zitplaats.

Regels
‘Gaat het?’, vraagt een van de spelers mij na de voorstelling. Ik schud mijn hoofd. ‘Waarom bleef ik in godsnaam in die cirkel staan? Waarom deed ik niets? Ik had op zijn minst de danseres van het podium af kunnen voeren … ’ Ik kijk in het lachende gezicht van Marco Chenevier, de Italiaanse maker van This work about the orange. ‘Dat horen we heel vaak na een voorstelling. Je deed niets omdat we zo geprogrammeerd zijn. We zijn gevoelig voor regels en autoriteit.’

Fooi
De vrouw die de sinaasappel in de ogen van de danseres uitkneep, onderbreekt ons gesprek. Ze stopt Chenevier 20 van de 110 euro toe die ze in totaal won. ‘Hier, een fooi’, zegt ze terwijl ze wegloopt. Chenevier loopt haar achterna en geeft haar de 20 euro terug. ‘We nemen geen fooien aan’, zegt Chenevier. De vrouw haalt haar schouders op. Met zoveel geld op zak komt ze Noorderzon wel door.

‘Ik wil begrijpen waarom ik daar als een mak lammetje bleef staan’, zeg ik. Chenevier knikt. Ik spreek af dat we elkaar de volgende dag backstage ontmoeten voor een interview. Terwijl Chenevier zich weer op de rommel concentreert die op de vloer ligt, blijf ik met een onbestemd gevoel achter. Ik blijf nog een tijdje staan kijken naar hoe de spelers sinaasappels, verkreukelde servetten en proppen papier bij elkaar vegen.

Manipulatie of menselijkheid?
De volgende dag ontmoeten we elkaar aan een van de vele picknicktafels. Ik heb amper geslapen, de voorstelling voelt als een steen op mijn maag. Ik moet steeds weer denken aan het Milgram-experiment.

Ik vraag Chenevier of de voorstelling daarop is gebaseerd. Psycholoog Stanley Milgram bedacht een halve eeuw geleden een manier om mensen te testen op hun bereidheid een autoriteit te gehoorzamen. Onderzoekers in doktersjassen droegen de deelnemers op om een ander moedwillig pijn te doen door het toedienen van elektrische schokken. De deelnemers zaten samen met de onderzoekers in aparte kamers. Ze konden de ander niet zien, maar wel horen schreeuwen als die de schokken toegediend kreeg – steeds harder naarmate het voltage werd opgevoerd.  De ‘slachtoffers’ waren acteurs, maar dat wisten de deelnemers niet. Het experiment was zo opgezet dat het levensecht aanvoelde. Toch gingen de meeste deelnemers door met het toedienen van steeds sterkere schokken. Hoe is dit mogelijk? Wat verandert er in ons gedrag wanneer iemand een witte jas aantrekt? En in hoeverre is de manipulatie van deelnemers nog ethisch verantwoord wanneer de bedenker van het experiment alle regels bepaalt? Diezelfde vragen roept This work about the Orange bij me op.

Chenevier: ‘Onze voorstelling is niet gebaseerd op het Milgram-experiment, hoewel mensen dit wel vaker aan ons vragen. Ken je de kunstenares Marina Abramovic? Onze voorstelling is op een van haar voorstellingen gebaseerd. De Servische Abramovic staat bekend om haar performancekunst waarbij ze de grenzen tart van het lichamelijke en geestelijke uithoudingsvermogen. In Rhythm 0 uit 1974 stond ze in een museum, omringd door allerlei objecten. Bezoekers van de voorstelling mochten met haar doen wat ze wilden. Naarmate de voorstelling vorderde, werden ze steeds gewelddadiger. Het ging zelfs zo ver dat een van de bezoekers het geladen pistool dat tot de objecten behoorde, oppakte en het op haar gericht hield. Het verschil is dat wij als spelers van deze voorstelling op het toneel staan, dit vormt een extra barrière. Toch zijn veel mensen bereid om over deze barrière heen te stappen. Eenmaal op het podium gaat het niet zozeer meer over ons als spelers, maar meer over degene die het podium is opgestapt. Hoe wil diegene dat hij of zij op de buitenwereld overkomt? Hoe presenteer je jezelf?’

Zijn we slechts slaven van het geld?
Dat is mooi verwoord, denk ik bij mijzelf, maar het spelelement in de voorstelling kan er ook voor zorgen dat mensen het allemaal niet meer zo serieus nemen. Zij ondervinden immers geen nadelige gevolgen van hun gedrag. Sterker nog, zij krijgen een beloning in de vorm van geld. Ik vraag Chenevier wat hij met de voorstelling wil bereiken.

Chenevier: ‘We willen dat mensen door de voorstelling geraakt worden en over zichzelf en hun levenshouding gaan nadenken. Geld is een belangrijke motivator in onze maatschappij. Dat roept belangrijke vragen op zoals: zijn we slechts slaven van het geld? En wat zijn we bereid te doen voor persoonlijk gewin? Deze thema’s zien we ook terug in de voorstelling. Ja, we duwen mensen tijdens de voorstelling in een bepaalde richting door een beloning te koppelen aan de uit te voeren handelingen. Maar er is nog steeds wel degelijk sprake van vrije wil! Door ze te belonen met geld maken wij het hen moeilijker zich bewust te worden van die vrije wil. Wij dwingen mensen hun persoonlijke grenzen wel of niet te overschrijden. Uiteraard heeft de sociale omgeving daar impact op.’

Culturele verschillen
Volgens Chenevier hangt onze kijk op geld af van de cultuur waarin we opgroeien. Hij refereert aan zijn ervaringen tijdens de voorstellingen.

Chenevier: ‘In Italië hebben we de voorstelling ook verschillende keren opgevoerd. Het publiek reageerde hier vooral op het spelelement. Een ander pijn doen voor een groot publiek staat daar gelijk aan het tonen van moed, aan dapper zijn. In mijn land is meer sprake van een machocultuur. In Nederland ligt dat anders, alhoewel ook hier het spelelement een belangrijke rol speelde tijdens de voorstelling. Wat mij in Frankrijk dan ook zo verbaasde is dat er tijdens de laatste scène, waarin er een sinaasappel in de ogen van de dansers wordt uitgeknepen, vijftig tieners opstonden om te protesteren. Ze stopten de voorstelling! Het is het enige land waarin we onze choreografie niet hebben kunnen afmaken.’

In je eentje kun je geen held zijn
Hangt het dan af van zoiets simpels als de grootte van de groep? ‘Ja’, antwoordt Chenevier. ‘In je eentje kun je geen held zijn. Als collectief sta je sterker, samen ben je beter in staat om ook daadwerkelijk iets te veranderen aan de situatie. Dat is ook waar we mensen bewust van willen maken, dat je in elke probleemsituatie samen meer bereikt dan in je eentje. Het theater kan als een platform dienen voor deze bewustwording. Wist je dat het woord theater afgeleid is van het Griekse woord theatron? Het betekent eigenlijk: de plek vanaf waar we de wereld bekijken. Als een extra stel ogen. Theater kan dienen als een soort spiegel voor het publiek. Hoe gaan we met de wereld om? En met elkaar? Het is een manier om aandacht te vragen voor de problemen die in de wereld spelen.’

Spiegel
En als we in die spiegel kijken, hoe veranderen we dan wat we zien? ‘Het begint met het nemen van verantwoordelijkheid’, zegt Chenevier. ‘Iedereen van ons is verantwoordelijk voor wat we de aarde en elkaar aandoen. Natuurlijk, veranderingen op macroniveau zijn niet binnen één dag gerealiseerd. Maar we kunnen ons steentje bijdragen door bijvoorbeeld te stoppen met het kopen van groenten die in plastic verpakt zijn. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat zoiets als een veertigurige werkweek helemaal niet goed is voor een mens. Het zou mooier zijn als iedereen de tijd heeft om naast zijn werk iets voor de maatschappij en het milieu te doen. Zingeving kunnen halen uit iets wat ons allemaal aangaat is ook een levensbehoefte, we hebben de neiging dit te vergeten! Uiteraard wil ik niet belerend overkomen. Daarom probeer ik ook iets te doen voor de maatschappij, zowel in mijn voorstellingen als daarbuiten. Inmiddels hebben we een organisatie opgericht die zich bezighoudt met dit soort vraagstukken en daarop actie onderneemt, zij het eerst op microniveau. Wij zijn mensen die het anders willen. Mensen die niet langer willen toekijken, maar die iets willen doen. Wat wil jij?’

Een spiegel, dat is This work about the orange zonder meer. Ik moet denken aan de man die naast mij zat, samen met zijn gezin. Hij lachte en vertelde mij voordat hij de zaal uitliep hoe leuk hij de voorstelling wel niet gevonden had. Maar ik hield de spiegel vast. Ik keek erin en zag precies waar ik bang voor was: iets heel lelijks.

Wat zagen de anderen?

This work about the orange. Marco Chenevier. Ophelia tent.