Diederik van der Meide

Diederik van der Meide: het publiek achter de tv weg sleuren

'Je bent twee jaar te vroeg!', zegt Diederik van der Meide resoluut. 'Ik vind dat 1993 de eerste echte editie was, om meteen maar met de deur in huis te vallen.'

Dat heeft niet eens zozeer met zijn eigen directeurschap te maken, want dat begon al in 1992. Maar nee, zoals bekend was Noorderzon gedurende die eerste twee jaar, zeker waar het de theaterprogrammering betreft, vooral een dependance van het nog altijd rondreizende festival De Parade.

Van der Meide, toen en nu ‘cultureel ondernemer’, was voor de eerste editie ook al gevraagd, maar kon toen geen tijd vrij maken. Hij was druk met Out Of Frames, ook al een locatietheaterproject. Het jaar daarop stapte hij in Noorderzon, om tot en met 2000 als directeur aan het roer te blijven staan.

Hoe dan ook. 'In ’91 en ’92 was het gewoon De Parade, maar dan met een andere naam. En dan een Groningse tent erbij. Dat kun je niet jaren achtereen doen. Elk jaar maar weer die hamsterrace! De Parade was leuk, hoor, maar ik vond dat er wel iets substantieels aan toegevoegd kon worden.'

Het eerste jaar van zijn directeurschap, dus nog met het prominente stempel van De Parade, vormde 'niet zo’n uitdagende klus', zegt Diederik. 'Nogal ondankbaar, eigenlijk. Wij vroegen de vergunningen aan en zorgden voor stroom en publiciteit.'

In ’93 werd het anders. Hij had zijn zinnen gezet op voorstellingen van de Dogtroep en Vis A Vis, aanstormende theatergroepen destijds. Maar dat viel nog niet mee. 'Het geld was beperkt, er was nog weer minder dan in ’92.' Een creatieve manier om die hobbel te nemen, was om dan maar de halve Parade binnen te halen: 'vijf tentjes in plaats van tien'. Maar daar viel voor De Parade niet mee te leven. Aan die kant waren sowieso geluiden van onvrede: 'Ze vonden dat er in Groningen te weinig gedronken werd. Dat kun je je nu ook niet meer voorstellen.'

En zo viel het doek over de samenwerking tussen Noorderzon en De Parade. Om precies te zijn op 8 mei 1993, Diederik weet het nog goed. 'Het was een bijeenkomst met Parade-hoofd Terts Brinkhoff, zijn zakelijk leider, Jacques van Veen van de Stadsschouwburg hier en ik. Op die dag is Noorderzon geboren als zelfstandige club.'

Het werkte. Diederik weet nog goed hoe hij na afloop van die eerste echte, zelf in te vullen Noorderzon-editie met Jeffrey Meulman, toen nog publiciteitsman en later jarenlang zijn programmerende rechterhand, in een cafeetje zat te evalueren. 'We zeiden tegen elkaar: dit vinden wij wel leuk, hier kunnen we verder mee.'

Vooral de voorstelling Topolino van Vis A Vis, onder het viaduct bij de Meeuwerderweg, viel goed: 'een geweldige voorstelling, je hoorde de auto’s over het viadukt razen. Ik had bij mijn eerdere projecten al gemerkt hoe leuk het is als mensen in hun vertrouwde omgeving ineens iets heel anders zien. Dat is echt een eye-opener. Ja, ik was al bezig met locatietheater voor ik het woord kende. Ik kan niet meer over het Hoge der Aa lopen zonder aan die en die voorstelling te denken. Je krijgt een beeld bij die plek.'

Aan de andere kant: 'We hadden die eerste jaren ook wel erg marginale dingen, hoor, waarvan ik achteraf denk: jee, dat mensen daar naar toe gaan.' Maar in die tenten, vol met comedians en verwante potsenmakers, stond bijvoorbeeld ook een jonge Hans Teeuwen.

Het jaar daarop was de pret alweer bijna over. Noorderzon kwam aan een zijden draadje te hangen vanwege de peperdure voorstelling van de Australische groep Circus Oz. 'Ons bestuurslid Jacques van Veen was er speciaal voor naar Israël geweest, op kosten van de Stadsschouwburg. Maar er werden veel te weinig kaartjes voor verkocht. Het festival heeft daardoor aan een zijden draad gehangen, echt.' Enige extra subsidie van de Dienst Kunst en Cultuur hielp om het onheil af te wenden.

Noorderzon was intussen opgerukt van de speelweide aan de zuidkant naar de omgeving van de vijver. Dat kon omdat in ’93 het park zo goed als afgesloten werd voor auto’s en zo. 'Maarten Schmitt, stedenbouwkundige van de gemeente, wees me erop dat de opstelling die we op de speelweide hadden, die van een dorp was. Een Drents brinkdorp, enigszins afgesloten van de omgeving en dus toch een beetje met een drempel voor het publiek. Langs de vijver kon je een boulevard maken. Dat is veel stedelijker, ook anoniemer, maar in ieder geval stedelijker en opener. Dat ben ik nooit vergeten, al heeft het een paar jaar geduurd voor we doorhadden hoe we dat terrein, met die singels en al, goed konden benutten.'

Intussen vorderden de jaren negentig en begon in de stad het idee te groeien dat dat toch wel iets bijzonders was, daar in dat park, dat Noorderzon. 'Onderhand is er een hele generatie groot geworden met Noorderzon en die buitenissige openingsspektakels. Ik hoor wel van mensen dat dat hun eerste, ja, buitenaardse culturele ervaring was. Maar ja, later zijn we ook weer met die openingsspektakels gestopt: het aanbod was gewoon op.'

Fijn vond Diederik dat, als hij mensen zag lopen die overduidelijk uit, zeg, Vinkhuizen kwamen – of een andere omgeving waar cultuur niet vanzelfsprekend is. 'Jij hoort hier eigenlijk niet thuis, denk ik dan, maar je bent er wel en dat is mooi. Een biertje drinken en voor vijf euro naar een voorstelling. Weg van die televisie.'

Ja, mooi, maar er was ook last en tegengas. De acties van de beruchte Mevrouw Kiki, die het opnam voor de bomen in het park, hebben hem veel gedoe bezorgd – tot en met rechtszaken toe. De gemeente lag ook wel eens op andere fronten dwars. 'Dan laat je een prachtig spektakel zien en de gemeente maakt zich druk over mensen die over het gras lopen. Zo flauw.'

Hij weet nog dat hij, pas aangekomen op zijn vakantie-adres in Frankrijk, gesommeerd werd om zich om negen uur de volgende ochtend op het gemeentehuis te melden. 'Maar dan sta ik er wel, dan ben ik niet zo flauw om pas ’s middags aan te komen.'

In het voorjaar van 1999 liet hij aan het bestuur weten dat hij het welletjes vond: hij had te weinig tijd voor andere zaken. 'Pas in oktober 2000 hadden ze een opvolger, daar hebben ze nog lang over gedaan.'

Over het Noorderzon van nu laat hij zich liever niet uit. Ook al woont hij pal naast het Noorderplantsoen, hij is niet eens een frequent bezoeker. 'Alleen rond etenstijd.' Eén dingetje dan, klein maar veelzeggend, wil hij wel kwijt: 'Ik vond het altijd heel erg belangrijk dat we een stuk hadden in de Groninger Gezinsbode. Ik heb de indruk dat er nu meer waarde wordt gehecht aan de NRC.'

Het Noorderzon-museum

'Mijn oude Citroen BX! Daar heb ik ontelbare kilometers in gemaakt, ook voor Noorderzon. Het ding is uiteindelijk in vlammen opgegaan voor een locatievoorstelling.'

Door: Jacob Haagsma