Hans Jansen

‘Ik weet nog dat we in 1995 met een paar mensen in de productiekeet zaten, die stond nog gewoon naast de vijver, en dat we helemaal flabbergasted waren over de hoeveelheid mensen die vanaf de Speelweide aan kwam lopen,’ vertelt Hans Jansen. Dat was het eerste jaar dat Noorderzon werd uitgebreid naar de fonteinvijver, en van tevoren was het spannend geweest; zou het publiek zijn nieuwe weg wel weten te vinden? Als productieleider had hij de schone taak om op elk scenario voorbereid te zijn.

Hans Jansen begint in 1994 als stagemanager van de tent op de Speelweide, het jaar daarop is hij productieleider van Noorderzon en hij zal tot 2000 praktisch en organisatorisch het festival mede vorm geven. ‘Het voelt veel langer,’ zegt Hans, ‘maar eigenlijk zijn het maar vijf,  zes jaar geweest. Het was een intensieve periode, we waren het hele jaar door met het evenement bezig. Het was ook meer dan werk alleen, mijn vriendenkring was betrokken bij het festival. Ook buiten het festival trokken we veel met elkaar op.’

We praten over zijn Noorderzon herinneringen op het kantoor van zijn huidige werkgever, het Noord Nederlands Toneel. Daar is hij sinds 2000 productieleider. ‘Ik kan dat plotselinge succes van het festival niet goed verklaren,’ zegt Hans. ‘Misschien was het ook wel gewoon mooi weer,’ relativeert hij met een lach.

Creatieve oplossingen

Niet alleen artiesten zijn creatief tijdens Noorderzon, ook een productieleider moet onder tijdsdruk met inventieve oplossingen kunnen komen. ‘Jan de Bruin was toezichthouder van de gemeente. Op de dag van de opening liep hij in mijn nek te hijgen dat ik iets aan de plankieren moest doen, want als het zou gaan regenen zou het wel eens glad kunnen worden. Hij had natuurlijk gelijk, maar het stond érg onderaan mijn prioriteitenlijstje van die dag. Een half uur voor de opening zei hij: ‘Die plankieren moeten echt nog!’ en in een ingeving heb ik ze toen omgedraaid. Er zitten namelijk van die dwarshoutjes onder ter versteviging, en daar glij je niet over uit. Toen was het gelukkig goed.’

Ook tijdens de nazit kwam de inventiviteit van Hans goed van pas. ‘De nazit in La Luna was berucht,’ zegt Hans. ‘Elke avond organiseerde een andere groep de nazit. Acteurs hebben een keer een strandfeest georganiseerd, iedereen in badpak, heel veel waterballonnen en heel veel zand. Hoewel, misschien bedenk ik dat zand er ook wel ter plekke bij… Hoe dan ook, iemand van de staf had als taak om als laatste weg te gaan en het geluidsoverlast te beperken. Om mensen weg te krijgen riep ik altijd dat Café de Minnaar ook onze consumptiebonnen accepteerde. Dat was helemaal niet waar, maar het hielp wel!’

‘Ik vond het ook leuk om mee te denken over de aankleding van het terrein en de horeca. Eén van onze ideeën die bijna ten onder ging aan zijn eigen succes, was De Uitdragerij. Dat was een bar op de Speelweide vol met tweedehands spullen van Mamamini en Nota Bene. Die spullen kon het publiek direct kopen en meenemen. Met de kringloopwinkels hadden we afgesproken dat ze die bar mochten beschouwen als hun etalage. We waren na de eerste dag al uitverkocht! Dat heeft nog heel veel moeite gekost om die bar de rest van het festival vol te krijgen met banken en stoelen. Erg leuk.’

‘Elk jaar filosofeerden we over een ideale verbinding tussen de Speelweide en de fonteinvijver.’ Doordat er nog een vijver ligt, is het publiek gedwongen ‘om te lopen’ over de Leliesingel. ‘Op een gegeven moment hebben we architectenbureau Skets gevraagd om daar een oplossing voor te bedenken. Zij kwamen toen met het idee van een bootjescarrousel: aan de ene kant van de vijver stap je in, je vaart een halve cirkel en aan de overkant stap je weer uit. Perfect. Een attractie en brug in één. Die is er toen gekomen. Het werd wel de goedkope versie, ook weer dankzij Skets. Je kunt natuurlijk allemaal ingewikkelde constructies laten bouwen, maar we hebben gewoon een grote boei en oude lantaarnpalen gebruikt. Dat werkte net zo goed.’

‘Een ander leuk concept was Rockblock. Dat waren gestapelde zeecontainers waarin bandjes optraden. Iedere container kreeg 1 stekker, verder was het concert akoestisch. Daar heb ik mooie herinneringen aan.’

Productie-Gadgets

Tegenwoordig is de productiekeet niet meer gevestigd naast de fonteinvijver, maar bestaat het uit een meerdere containers met minstens zes laptops, een printer, een koelkast, een Italiaanse espressomachine en heel veel i-Phone opladers. Begin jaren negentig zag dat er anders uit. ‘Ik ben begonnen met een Greenpoint-telefoon, beter bekend als de Kermit. Daar kon je wel mee bellen, maar niet mee gebeld worden. Heel onhandig. Maar je had wel een beeper, zodat je opgepiept kon worden. Zodra de mobiele telefoon kwam, kregen we die. Ik gaf de bewakers ook altijd mijn telefoonnummer. Bleek ik een keer mijn rekeningnummer te hebben gegeven, zo moe was ik.’

‘Ik vind Noorderzon nog steeds één van de leukste evenementen van de stad, al ben ik natuurlijk niet meer zo betrokken als toen. Ik bekijk het nu meer als publiek. De eerste twee jaar nadat ik gestopt was, was het wel rot, je loopt toch rond met een gevoel van ‘ik hoor hier toch eigenlijk ook bij?!’ Het heeft wel even geduurd voordat ik daar neutraal kon rondlopen.’

Later komt Hans, per mail, nog even terug op die succesfactor en de groei van die eerste jaren, toen Noord erbij kwam. Hij weet wat het was. ‘De mogelijkheid tot flaneren! Ik merk het ook aan mijn eigen Noorderzon-gedrag. Het is leuk om door het hele Noorderplantsoen te kunnen wandelen, hier en daar een praatje te maken, even te stoppen bij een act, onderweg een biertje te pakken enz... Toen het nog alleen op de Speelweide was, was je actieradius als publiek erg beperkt...’

En zo is het dus gekomen dat elf dagen per jaar de Leliesingel transformeert in een echte Groningse Ramblas.

Door: Nynke Oele