Henk Scholten

'Tijdens een festival doe je dingen die je anders nooit doet. Net als met vakantie: dan ga je ook opeens een kerk binnen of je bezoekt een museum. Dat doen de meeste mensen de rest van het jaar ook niet, maar tijdens je vakantie wordt dat opeens een uitje. Een theaterfestival is voor veel bezoekers net zoiets,' zegt Henk Scholten, oud-Groninger en directeur van het Theater Instituut Nederland. 'Wanneer je dezelfde voorstelling in de winter programmeert zitten er dertig mensen in de zaal, tijdens een festival is het uitverkocht.

'Laagdrempeligheid en een avontuurlijke programmering, deze ogenschijnlijke uitersten zijn voor veel festivals de natuurlijke basis waarop ze bouwen. Maar in de beginjaren van de meeste zomerfestivals, zo eind jaren ’80, begin jaren ’90 is het aanbod van locatie- of straattheater in Nederland nog beperkt. Dat verklaart waarom groepen als Vis à Vis en de Lunatics destijds op bijna alle festivals te zien waren. In 1992 wordt Scholten directeur van het Fonds voor de Podiumkunsten. 'Eén van de eerste dingen die ik gedaan heb, is het oprichten van een aparte stimuleringsregeling voor festivals. Er was gewoon te weinig aanbod voor de zomerfestivals. Als eerste vroegen we bestaande groepen om iets te maken voor de zomer. Daar kwamen bijvoorbeeld de voorstellingen van Suver Nuver uit voort. Grofweg ging één derde van dit stimuleringsbudget naar de festivals en twee derde naar de makers. Het was vooral voor hen bedoeld.

'Waar festivals tegenwoordig steeds meer op zoek zijn naar een eigen identiteit en zich willen onderscheiden, zijn festivals in de jaren ’90 nog behoorlijk ‘on speaking terms’, aldus Scholten. Er was zelfs een vereniging van festivaldirecteuren, Het Vierde Kwartaal. Tegenwoordig is dit overleg ondergebracht bij de VSCD – de Vereniging van Schouwburgen en Concertgebouwdirecties.  Het Vierde Kwartaal kwam bij elkaar om te overleggen over de programmering en samen op te trekken. 'Als Fonds moedigde wij die samenwerking natuurlijk heel erg aan. Ik wilde zeker weten dat een groep op meerdere plekken te zien was. Anders kon het niet uit.

'Natuurlijk wordt er nu nog steeds samen opgetrokken door festivals, deels uit artistieke, deels uit financiële overwegingen. Noorderzon zoekt die samenwerking bijvoorbeeld met Zürcher Theater Spektakel en Tanz im August Berlin. De horizon is verlegd, het blikveld verruimd. 'Het is goed dat festivals steeds meer divers worden en minder eenvormig zijn, maar voor makers kan het dodelijk zijn,' betoogt Scholten. De markt wordt te klein voor die groepen om te kunnen overleven. 'Er zijn in Nederland een paar makers die ertoe doen als het om locatietheater gaat,' zegt Scholten. 'Moet je dan niet als festivals gezamenlijk verantwoordelijkheid voor hen nemen? Daarmee leg je misschien 20% van je programmering vast. Nou en? Zou Noorderzon er nou zoveel slechter van worden als Vis à Vis er zou staan?

'Die nationale ‘verantwoordelijkheid’ die Scholten hiermee op tafel legt, staat haaks op de internationale ontwikkeling die Noorderzon de laatste jaren heeft doorgemaakt, en dat weet hij. Hij kijkt er bijna ondeugend bij. Tegelijkertijd is Scholten namelijk nog net zo lovend over die –juist– afwijkende, internationale koers van Noorderzon als hij in 2007 was toen hij het DownTown-programma van Noorderzon opende. 'Een groep als Vis à Vis en makers als Lotte van den Berg, Jetse Batelaan en Dries Verhoeven kom je op bijna alle festivals tegen. Maar niet op Noorderzon, althans niet per definitie,' zei hij destijds tijdens de opening. 'Het is een open vraag hoor, die ik hier neerleg,' zegt hij relativerend. 'Noorderzon heeft een prachtig profiel met internationaal werk en veel lokale partners. Kan daar niet een derde poot met nationale makers bij?

''Noorderzon scoort hoog als het gaat om belangstelling van buitenlandse programmeurs,' aldus Scholten. 'Mark Yeoman is iemand die op een persoonlijke manier een festival maakt. Daar is in Groningen ruimte voor. Dat weet ik ook nog uit mijn eigen tijd in Groningen. Het gaat veel meer over mensen dan over instellingen. Dat geldt natuurlijk voor elke stad, maar in het bijzonder voor Groningen.'

Door: Nynke Oele

Henk Scholten

Radboud Kuypers

Henk Scholten