Jo Kuiper

‘Tijdens Noorderzon zie ik bijna nooit voorstellingen. Dit jaar ben ik één keer naar die Burlesque show geweest, en een keer naar Arno van der Heijden. Het wordt na de hoofdvoorstelling direct erg druk bij de bar. Dan ben ik liever daar.’

Jo Kuiper is, met zijn opvallende kleding, lange haren en inmiddels niet meer lange baard, een opvallende verschijning achter de bar van De Dwergen. Hij is al bijna even lang barman als Noorderzon bestaat. ‘Negentien jaar geleden maakte ik voor het eerst Noorderzon mee. Tijdens de eerste keer Noorderzon wist ik namelijk nog niet van het bestaan. Tijdens een project het jaar ervoor had ik het toenmalige hoofd van de horeca, Wilt Stel, leren kennen. Een man met een bijzondere naam. Hij vroeg me: 'Jo, jij hebt je horecapapieren. Kun je ook tappen?' Ik zei: 'Natuurlijk kan ik dat!' Zo ben ik begonnen.’

‘In die tijd waren er maar een paar tappunten. Er stonden twee kleine tappunten op Zuid. Er stond ook een wat grotere, ronde bar bij de vijver. Die stond tussen de centrale vijver en restaurant Jantje Zag Eens Pruimen Hangen in. De Fonteinbar heette ‘ie, volgens mij. Het jaar daarop, in het derde jaar van Noorderzon, kwam Het Paviljoen. In die tijd stond het Paviljoen nog aan de kant waar nu de Dwergen is. Toen Het Paviljoen kwam, ging ik daar werken. Brugt Aanen was jarenlang de Paviljoen-captain, en ik was jarenlang zijn tweede man.’

‘Bij Het Paviljoen ben ik begonnen met het maken van een bar op pallets. Dat vond iedereen in die tijd zo leuk, dat ze me vroegen om alle barren zo te maken. Ik heb trouwens de eerste twee tot drie jaar regelmatig ’s nachts in Het Paviljoen geslapen. Ik hing dan mijn hangmat aan twee bouten tussen twee palen. Dat was als extra beveiliging. Toen hadden we nog geen professionele bewaking.’

‘Het tweede jaar dat ik in Het Paviljoen stond, ben ik begonnen met het fenomeen 'de buitenbar'. Eerder waren de barren namelijk alleen in tenten. Ik stond toen met één klein barretje aan de straatkant, naast Rein met zijn sangria. Met één tapper, ik, één spoeler en twee mensen die bier verkochten. We verkochten ook alleen maar bier, verder niks. Het was een groot succes. Ik deed de kraan open en tapte en de kraan ging pas weer dicht als het vaatje leeg was. Er ging zo een vaatje in een kwartier doorheen. Ik heb die bar steeds wat meer aangekleed, met bijvoorbeeld een parasol en een partytent.’

‘Ik vind het jammer dat ik er geen erkenning voor heb gekregen dat de buitenbar 'my invention' was. Alle oudgedienden weten dat ik degene was die er mee begonnen ben. Ik merk dat nergens in terug, het wordt 'for granted’ genomen. Ik krijg geen bedankje en ben gewoon één van de vrijwilligers. Maar ja, de huidige leiding van Noorderzon weet dat waarschijnlijk ook niet. Ik run nog steeds de buitenbar, maar ik moet toch verantwoording afleggen aan een barhoofd. Ik snap niet waarom ik dat moet.’

In de zomer is Jo Noorderzon-barman, de rest van het jaar werkt hij als technisch medewerker voor Bijzondere Locaties in Der Aa-Kerk, de Remonstrantse kerk en de Noorderkerk in Groningen. Naast deze aardse werkzaamheden houdt hij zich ook bezig met het metafysische. ‘Een jaar of tien geleden ben ik, dankzij een oude vriend waar ik weer contact mee kreeg, in het sjamanisme terechtgekomen. Sjamanisme is het accepteren en werken met natuurkrachten. Het is het dichter bij de natuur staan, onder andere door te werken met kruiden en planten.’

‘Toen ben ik ook begonnen met het reinigingsritueel. Dat doe ik, bij voorkeur voordat het festival is begonnen, bij alle horecagelegenheden van Noorderzon. En ook bij pachters, als ze me er om vragen. Met dit ritueel probeer ik met harde tonen de slechte invloed en slechte geesten verdrijven. Salie, daar houden ze ook niet van. Ik gebruik een bel voor hoge tonen en zeg een mantra op. Daarna trek ik goede geesten en invloeden aan met de geur Sancto Paolo. Het weer kan ik er alleen niet mee beïnvloeden. Ik zeg altijd: 'Ik zorg voor de sfeer, niet voor het weer'.’

‘Het enige jaar dat ik Noorderzon heb gemist, was in 2006. Toen ben ik op vakantie geweest naar Portugal. Ik kon toen logeren in het huis van vrienden. Die kans kon ik niet laten lopen. Toen was de sfeer op het festival de eerste paar dagen erg slecht. De jongens die toen de toiletten schoonmaakten, zijn toen met een trommel en wierook het terrein rondgegaan om mijn taak over te nemen. Dat vertelde mijn dochter, die barhoofd is van De Spiegeltent, me later. Als mensen uit zichzelf dat gaan doen, dan vinden ze het dus leuk wat ik doe. Dan weet ik dat ik er mee door moet gaan.’

‘Ik hang ook altijd een plaatje van Ganesha, de god met het olifantenhoofd, op in elke bar. Die brengt namelijk geluk. Meestal hang ik een plaatje op de koelkast. Het hoeft maar een klein plaatje te zijn. Dit jaar heb ik dat niet gedaan, want mijn printer was kapot. Maar nu kan het weer, want ik heb een nieuwe printer gekocht. Een laserprinter. En die print prima, moet ik zeggen.’

Jo neemt zijn werk serieus. Behalve dat hij zelf goed werk af wil leveren, vraagt hij ook kwaliteit van de andere vrijwilligers. ‘Ik ben wel een muggenzifter achter de bar. Ik zeg er wat van als iemand na het afschuimen de spatel niet terugzet in het glas. En ik geef altijd aan: 'Een gas cola moet zo vol zijn, en een glas wijn zo vol. Ik vertel vrijwilligers altijd dat ze in één keer een fles wijn over zes glazen moeten verdelen. Als je dat niet doet, dan verdeel je de wijn oneerlijk en dat is niet leuk voor de klant. Ik wil geen weeskindjes. Soms willen mensen niet naar me luisteren als ik dat zeg. Dan denken ze: 'Wie ben jij dat je me dat vertelt?' Dan schenken ze het toch ongelijk in en dat zeg ik: 'Ik zei het je toch.' Dan word ik boos. Al ben ik wel milder geworden. Het zijn ook mensen die het vrijwillig doen.’  

Noorderzon is niet het enige festival waar Jo zich voor inzet. Hij werkt ook wel op een ander festival: Landjuweel, op Ruigoord. ‘Daar moet ik altijd heen. Ik doe namelijk met mijn sjamanistische groep het openingsritueel. Verder geven we twee keer per dag klankmassages. Dan gebruiken we onder andere klankschalen, trommels, didgeridoos, geuren, kristallen en lichteffecten om mensen in een trance te brengen. Na zo’n sessie gaan mensen helemaal verfrist naar huis. Tijdens Landjuweel ben ik sjamaan. Op Noorderzon ben ik een barman die ook een beetje een sjamaan is.’

Volgend jaar zal Jo, een later dan Noorderzon, zijn 20-jarig Noorderzon-jubileum vieren. Het contact met ‘zijn’ klanten, dat is waar hij het elk jaar vooral weer voor doet. ‘Ik heb vaste klanten, die vinden het te gek dat ik er elk jaar weer sta. Ik mag graag een biertje tappen, en ik vind van mezelf dat ik dat verrekte goed doe. Er kwam er eens een keer iemand naar me toe, die had een tijdje staan kijken hoe ik tapte. Hij zei: 'Alle biertjes die je maakt, zijn in één keer goed!' En ik kreeg een keer een foto van iemand met mezelf erop. Achterop die foto stond 'de beste barman van Noorderzon' geschreven. Dat vond ik een heel mooi compliment.’
   
‘Ik mis op Noorderzon de spontane acts van het straattheater. Het meeste mis ik nog het genmythisch dier. Dat was een beest gemaakt van polyester. Het moest een combinatie van verschillende dieren voorstellen, door iemand zelf in elkaar gezet. Daar konden kinderen in gaan zitten en die werden dan door vrijwilligers rond de vijver geduwd. Dat beest heeft een aantal jaren dienst gedaan, maar is daarna uit het straatbeeld verdwenen. Ik denk dat het ding van ellende uit elkaar is gevallen.’  

Door: Harma Zant

Zie ook deze editie van het Noorderzon-journaal van 1TV waarin Jo een belangrijke rol speelt
Jo Kuiper
Jo Kuiper