Jo Willems

20 jaar: Jo Willems

Jo Willems was, en is, op allerlei manieren betrokken bij Noorderzon, al vanaf het prille begin. Alleen het opvangen van Loes Luca mislukte.

Dertig jaar Groningen heeft het accent van Jo Willems (1954) niet aangetast. Nog steeds schemert zijn zuidelijke afkomst (Kerkrade, veel zuidelijker wordt het ook niet) door zijn g’s. Maar in die dertig jaar heeft hij zijn plek in het Groninger culturele leven veroverd. Hij is librettist van verschillende opera’s, schrijft theaterteksten, doet dramaturgie en schaaft aan zijn derde roman. Ooit stond hij aan de wieg van de Jazzfietstoer en het Bevrijdingsfestival. Geen wonder dat de provincie Groningen hem in 1995 de Wessel Gansfoortprijs toekende.

En hij was dus bestuurslid, in die eerste jaren van Noorderzon. Dat was een voortvloeisel uit nog zo’n functie van hem. ‘Ik was kernlid van de Adviesraad voor Cultuur. De gemeente gaf te kennen dat men de Zomermanifestatie, dat toch meer een popfestival-achtig karakter had, wilde ombouwen tot iets breders. Op die manier ben ik in het eerste bestuur beland.’

Het verhaal van die eerste paar jaar, het verhaal van pionieren en de basis leggen voor een groots theaterfestival, is elders op deze site al vaker verteld. Willems bleef tot omstreeks 1993 – ‘het is al zo lang geleden’ – in het bestuur, om vervolgens weer meer ruimte te geven aan zijn eigen creatieve uitingen. ‘Veel langer moet je zoiets ook niet doen.’

Maar hij bleef nog wel stagemanager, vooral in de Spiegeltent. Dat hield hij vol tot rond het aantreden van Mark Yeoman als festivaldirecteur, in 2000. ‘Ik hoorde bij een groep mensen die nu rond de vijftig, zestig zijn, en die er toen gezamenlijk uit zijn gegaan. De oude lullen moesten verdwijnen. Zo zei hij het niet, maar zo kwam het wel over. Het was op een of andere manier beleid om jongere mensen meer te ruimte te geven.’

Willems zegt het zonder enige rancune. ‘Rancune? Zeker niet, ik ben nog altijd goed bevriend met Mark. En het is ook wel goed geweest zo.’  Om eens wat te noemen: ‘Ik heb altijd enthousiast deelgenomen aan de nazit, maar als je ouder wordt vallen de gevolgen je wel erg zwaar, de volgende dag.’

Hoe dan ook: zodoende kreeg hij wel de ruimte om zelf projecten op Noorderzon neer te zetten. Zoals Stundenlang: eine Alzheimerdreivierteltaktoper in 2004, waarvoor de Groninger componist (en bassist) Gerard Ammerlaan de muziek schreef – Ammerlaan en Willems hebben wel vaker samengewerkt. Of die kunstinstallatie in het Martini-ziekenhuis in 2010, een uitvloeisel van een theatermonoloog van zijn gezelschap Roodpaleis. Die banden tussen Willems en Noorderzon laten zich dus niet zo maar doorsnijden.

Noorderzon blijft niet in het Plantsoen hangen, maar spreidt zijn artistieke tentakels uit over de hele stad, in het kader van de Downtown-programmering. Tot aan het Martini-ziekenhuis, zoals we al zagen, en dat is een best eind fietsen. Willems vindt dat een van de heuglijker ontwikkelingen van het huidige Noorderzon. ‘Ik ben heel blij dat er van die rare locaties in de stad bij komen.’

In die eerste tien jaar vond hij het wel jammer dat de programmering teveel in ‘het komische’ bleef hangen, ‘maar ze hebben zich nu heel knap geprofileerd als internationaal theaterfestival’. Hij prijst ook het vermogen van Yeoman en zakelijk directeur Femke Eerland om de poot stijf te houden, als het moet.

‘Dat ze tegen de wens van de burgemeester met glas blijven werken, in de horeca, in plaats van met plastic. Dat is heel belangrijk. Ik weet van aanvaringen met het bestuur, maar ze hebben toch hun lijn doorgezet. Ze nemen risico’s met de programmering en kijken niet de hele tijd naar inkomsten. In 2004 stond mijn opera ook ter discussie. Het bestuur vond ’t te duur, maar uiteindelijk waren beide avonden flink uitverkocht.’

Willems volgt het festival nog altijd nauwgezet en denkt met plezier terug aan zijn wapenfeiten daar. Zoals toen hij, de boel in een van de grotere tenten in goede banen moest leiden. Bij binnenkomst trof het publiek een danseres aan, begraven onder de grond.

‘Dat zou ze vier tot zes minuten vol kunnen houden, dus in die tijd moest het publiek naar de stoelen geloodst zijn. Ik had ze allemaal op tijd binnen, alle 425 mensen. Maar ik wist niet dat Diederik van der Meide, de toenmalige festivaldirecteur, nog zou komen met een stel gasten. Nou, die kwam dus typisch te laat.’

Nog zo’n anekdote, die zich deze keer afspeelt in ‘zijn’ spiegeltent. Loes Luca, bekend actrice en zangeres, had daar een soort chansonprogramma. ‘’s Middags had ze bedacht dat ze ’s avonds op de bar zou dansen, in een leren pakje, en daar dan vanaf zou springen. In de armen van een sterke man, dus of ik haar dan wou opvangen, vroeg ze. Nou, ik schepte daar al druk over op tegen mijn vriendin. Maar uiteindelijk sprong ze in de armen van een gespierde vent met lange haren in een staartje. Na afloop heb ik mijn diepe teleurstelling laten blijken, en toen kreeg ik van haar een zoentje.’

Door: Jacob Haagsma

Jo Willems
Jo Willems