Johan Millenaar

Johan Millenaar staat al net zo lang op het festival als Noorderzon bestaat. Hij is, volgens eigen zeggen, de enige pachter die alle edities van Noorderzon heeft meegemaakt. Hij noemt zijn aanwezigheid op het festival een spel, maar is toch meer een pachter dan een artiest.

Johans spel is het ‘steken’ en verkopen van steekijs. Dat is ijs dat door een fabriek wordt geleverd in een rol, in ‘worstvorm’. De ijsverkoper steekt er met een zogenaamde steeklepel een plak ijs af, en doet die plak tussen twee wafels. Johan: ‘Steekijs is een nostalgische vorm van ijsverkoop. Het is echt iets van vroeger. Mensen vertellen ook steekijs-anekdotes aan mijn kar. Iemand vertelde mij dat er in de oorlog ook steekijs werd verkocht in het Noorderplantsoen, en dat ze toen papier in plaats van wafels gebruikten. In de zestiger en zeventiger jaren waren er duizenden mensen die steekijs verkochten.’

Volgens Johan hoort steekijs bij Noorderzon. ‘Ik vind het daarom heel mooi wat Frank Schaap heeft gezegd een interview, dat steekijs voor hem een belangrijk deel van Noorderzon is. Mensen komen voor een hele hoop dingen op Noorderzon, maar ook voor ijs. Het hoort erbij, of het nou koud is of niet. Mensen vragen al voordat Noorderzon is begonnen of ik er dat jaar weer bij ben.’ Steekijs is niet alleen typisch voor Noorderzon, maar ook voor het noorden, of in ieder geval de noordelijke helft van Nederland. ‘Ik heb ook wel eens iemand van beneden de grote rivieren aan mijn kar gehad die vroeg om een 'streekijs'. Die kende het blijkbaar niet.’

Maar hoe komt iemand erbij om dat te gaan verkopen, dat steekijs? ‘Ik had elf jaar op de markt gestaan, daar verkocht ik vooral Indiase kleding. Maar dat deed het op een bepaald moment niet goed meer. Toen kon ik leren jassen gaan verkopen, dat kon je in de tijd goed verkopen. Maar ik heb niks met leren jassen. Dus toen ben ik gestopt. Ik was toen een keer aan het fietsen met een vriend bij Oude Molen. Onderweg kwamen we een ijsverkoper tegen waar we steekijs kochten. Toen begon ik me af te vragen: 'Waar zou hij zo’n rol ijs kopen, wat kost dat, en wat verdien je dan per ijsje?' Ik ben er toen met vrienden over gaan praten. Ik had een uitkering, maar die wilde ik niet meer. Ik wilde aan het werk.’

‘Er kwam toen iemand bij me, die had een ijskar te koop. Die heb ik toen gekocht. Dat was in 1991. Ik was toen veertig. En je weet dat ze altijd zeggen dat het leven bij veertig begint! Dat jaar heb ik ook meteen op Noorderzon gestaan. Maar ik weet eigenlijk niet meer hoe dat zo is gekomen. Waarschijnlijk heb ik ergens posters zien hangen en ben ik toen naar het Noorderplantsoen gereden om te vragen of ik daar ijs mocht verkopen. De eerste keer stond ik nog alleen op Zuid, vlakbij een boom die was geplaatst ter gelegenheid van het huwelijk van Beatrix en Claus.’

‘Eerst stond daar nog een andere ijsverkoper, Bethelem genaamd. Toen ik er ook kwam staan, dacht hij: 'Dat gaat zomaar niet!'. Toen heeft hij het marktwezen ingeschakeld. Die vroegen alleen maar: 'Hoor je erbij?' En toen ik 'Ja' zei, was dat prima. Het jaar daarna heb ik een deal gesloten met Bethelem.’

De naam van zijn bedrijf, Steekjelos, is op allerlei manieren te interpreteren. ‘Het is een aanmoediging voor mijn medewerkers. Iets als 'lossteken dat ijs' of 'leeg die kar'. Je moet ook wel een steekje los hebben om dit op te zetten en door te gaan. En je moet er ook wel tegen kunnen, met al die regels en concurrentie. Voor mij waren de eerste jaren van mijn bedrijf ook meer vrijblijvend. Ik deed er toen nog veel werk naast. Maar nu is het mijn bedrijf, mijn inkomen. Dat is overeenkomst tussen mij en Noorderzon. Ik vind het mooi dat Noorderzon de afgelopen jaren zo is geprofessionaliseerd. Het is geen houtje-touwtje-werk meer.’

Johan heeft geen specifieke Noorderzon-herinneringen van de afgelopen twintig jaar Noorderzon, maar hij heeft wel een Noorderzon-gevoel. ‘Ik had daar laatst een mooie zin voor, voor een interview in de krant. Iets van 'een aaneenschakeling van leuke, interessante ontmoetingen'. Het is ook het hoogtepunt van het steekijsseizoen voor mij. Als pachter maak je een groot deel van de sfeer uit. Mensen zijn altijd vrolijk als ze een ijsje eten. Niemand is chagrijnig. Noorderzon is de kers op de taart, op allerlei gebieden. De sfeer, de mensen, het Noorderplantsoen. Het Noorderplantsoen is mijn plaats. Ik zou er het liefst het hele jaar door willen staan.’

Door:Harma Zant 

     Johan Millenaar
Johan Millenaar