Karen Welling

'Jij moet niet met je rug naar de deur gaan zitten!' zegt een stem achter me. Karen Welling, festivalsecretaris van het Fonds Podiumkunsten, kijkt me grijnzend aan. 'Maar gelukkig is er google, en had ik je foto even opgezocht.' Weer die brede lach. 



'Je vroeg me om een persoonlijke herinnering aan Noorderzon, maar dat vind ik knap lastig. Ik had tot voor kort geen enkele band met Groningen,' zegt Karen. 'Ik kwam er niet. Ik werkte in Amsterdam en kende Noorderzon van geen kant. Dat veranderde toen ik een paar jaar geleden voor het Fonds ging werken. Maar mijn eerste keer Noorderzon was nog puur toeval. Ik was met een collega in Groningen voor de ZomerJazzFietsTour. En toen bleek er tot mijn verrassing nog een festival aan de gang te zijn, waar ’s avonds laat ook nog een geweldige voorstelling stond waar ik veel over gehoord had. Daar konden we op het laatste moment nog bij gepropt worden. Ik liep die vrijdagavond door het plantsoen en was echt geraakt door de goede relaxte sfeer die er hing. En ik weet dat het een cliché is maar ik zeg het toch maar: dat er nog bier in glas werd geschonken, verbaasde me ook. Dat kan en mag nergens, niet in zo’n omgeving met zoveel mensen. ‘Wat is dit?!’ dacht ik. Iedereen was ontspannen, gezellig, leuk.'

'Later heb ik Mark en Femke natuurlijk vanuit mijn werk bij het Fonds leren kennen. Zij zijn voor mij een prachtig voorbeeld hoe een festival een weerspiegeling is van de mensen erachter. Ze zijn ongelooflijk gedreven – Mark kan zo een monoloog van twee uur over zijn ideeën over festivals, bijzondere voorstellingen of internationale samenwerkingen houden; sterker nog: dat doet hij ook met enige regelmaat.. – en tegelijkertijd uitermate relaxed. Vanuit het Fonds voer ik veel gesprekken over artistieke plannen en het geld dat daarvoor beschikbaar is. Hoewel de commissie die daar over moest oordelen een zeer positief advies heeft gegeven over de unieke plek van Noorderzon binnen het festivallandschap, is uiteindelijk maar een deel van de gevraagde subsidie toegekend. Maar met Mark en Femke gaat zo’n gesprek dan altijd over wat ze daarmee wel voor elkaar krijgen; niet over de plannen die daardoor gesneuveld zijn. Het glas is altijd half vol, niet half leeg, en sterker nog: ze weten er nog een feestelijke schuimlaag op te krijgen ook. Die positieve grondhouding en dat enthousiasme: ik vind het altijd een feest om met ze te praten.'

'Een ander persoonlijk voorbeeld wat dat mooi illustreert is een opening, een paar jaar geleden. Ik had mijn jongste zoon meegenomen. Bij dit soort gelegenheden waar je beroepsmatig komt is meestal weinig aandacht voor degene die je meeneemt. Logisch natuurlijk: het blijft werk en jij bent degene die ze willen spreken. En de mensen van, zeg maar, de organisatie, hebben het al helemaal te druk om met wie dan ook een gesprek aan te gaan. Na de voorstelling moest ik naar de wc en dat duurt op een festival altijd wel even. Later hoorde ik van mijn zoon dat Mark rustig al die tijd met hem, een 13 jarige jochie, had gepraat en heel geïnteresseerd in zijn mening over de voorstelling was geweest. Die aandacht voor mensen en het serieus nemen van ál je publiek, dat vind ik ook typerend.”

'Ik heb natuurlijk last van beroepsdeformatie, dus als ik in de rij sta bij een voorstelling, dan kijk en luister ik altijd naar het publiek. Wat vinden ze er van, waarom zijn ze gekomen, wat verwachten ze. Ik vind dat sowieso bijzonder aan Noorderzon, al die rijen voor die tenten, waar iedereen dan rustig staat te wachten tot ze de meest avantgardistische voorstelling mogen gaan kijken. Voor me stond een ouder echtpaar, zeker niet het geijkte theaterpubliek, zich te verheugen op een ook voor hen volstrekt onbekend Italiaans gezelschap. Waarbij zij zei, en ik citeer: 'Wat zou hij nu weer voor ons uitgezocht hebben?'. Als je dat blinde vertrouwen bij je publiek geniet, dan heb je het wel gemaakt als festivaldirecteur, vind ik.'

Door: Nynke Oele

Karen Welling
Karen Welling