Interview met Kornél Mundruczó

Kornél Mundruczó/Proton Theatre | Dementia

In een kliniek voor dementiepatiënten stapt een projectontwikkelaar binnen. Hij heeft het pand gekocht en wil de patiënten de straat op gooien. Menselijkheid en het harde geld liggen al snel op ramkoers. Ondanks het onderwerp weet de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó van Dementia een op het eerste gezicht muzikale en geestige voorstelling te maken. “Ik hou van operette, omdat het zo’n grote leugen is.”

Op het moment dat we elkaar spreken, staat Kornél Mundruczó op het punt om naar Cannes te vertrekken. Daar krijgt zijn nieuwste film een internationale première. Naast theatermaker is de Hongaar namelijk een gerenommeerd filmmaker, al merkt hij dat theater een steeds belangrijker deel van zijn werk wordt. Mundruczó: “Ik ben per toeval theatermaker geworden. Toen ik een paar keer werd gevraagd om theater te maken, merkte ik hoe leuk ik dat vond. Daardoor werd theater de afgelopen vier jaar steeds belangrijker. Ik denk dat theater een radicalere en meer hedendaagse kunstvorm is dan film, omdat het een meer persoonlijke relatie legt met het publiek. Omdat het live is, is de emotionele en fysieke impact op het publiek groter.”

De twee genres beïnvloeden elkaar in zijn werk, merkt Mundruczó. “Het moeilijkste”, zegt hij, “is om me bewust te blijven van het essentiële verschil tussen film en theater: hun verhouding met de realiteit. De basis van film is de realiteit, de basis van theater is niet-realiteit.”  Iets wat echt is, wordt in het theater al heel snel nep, legt hij uit. Terwijl een meer gestileerde vorm van spel of van vormgeving, zoals we gewend zijn op het toneel, er op film niet uitziet.

Oost-Europese ziel

Mundruczó speelt graag met dat verschil. Zijn theatervoorstellingen hebben vaak een bijna filmisch realisme, dat hij vervolgens doorbreekt met theatrale ingrepen als live gezongen liedjes of het direct aanspreken van het publiek, zoals ook in Dementia. Grof geweld schuwt hij ook niet, maar dat is een typisch voorbeeld van hoe realisme nep aandoet op het toneel. Het krijgt al snel een heel vervreemdend, bijna operatesk effect.

Mundruczó: “Dat realisme dat ik in de voorstelling inzet, werkt helemaal niet op het toneel zoals het zou moeten. Daar hou ik van: dingen die eigenlijk niet werken.” In Dementia zette de regisseur die vervreemding nog eens extra aan, waardoor de voorstelling bijna een operette wordt. Hoewel het onderwerp behoorlijk donker is, is de voorstelling luchtiger, muzikaler en geestiger dan zijn vorige voorstellingen.

Mundruczó: “Misschien is het mijn Oost-Europese ziel, maar ik denk dat kunst via het hart naar binnen komt en zich pas dan naar het hoofd verplaatst. Dat is waarom we de operettevorm gebruiken om iets te zeggen over een sociaal probleem. Ik hou heel erg van dat genre, vooral omdat het met al die dramatiek en opgeklopte vrolijkheid eigenlijk een grote leugen is. Juist dat maakt het zo’n goede combinatie met de maatschappijkritiek die ook in de voorstelling zit.”

Waarom vergeten we de geschiedenis altijd zo snel?

In Dementia steekt Mundruczó zijn kritiek op het kapitalisme inderdaad niet onder stoelen of banken. Het kapitalisme is in Oost-Europa extremer dan in het westen, denkt hij, omdat het na het communisme zijn intrede deed, zonder dat er eerst de basis voor een volwassen democratie was gelegd. “Het leven is hier hard. De kloof tussen arm en rijk is bijna weer zo groot als in de 19e eeuw. Maar als solidariteit uit een gemeenschap verdwijnt, dan stopt een land met functioneren, zoals nu in Hongarije gebeurt. Ik vraag me dan af: waarom vergeten we de geschiedenis altijd zo snel? In die zin is dementie in de voorstelling ook een metafoor. Ik maak nooit kunst om de kunst. Ik maak theater in de hoop iets te kunnen veranderen”

Mundruczó weigert dan ook pessimistisch te zijn, zowel in de voorstelling als persoonlijk. “Ik zie de voorstelling als een moraliteitenspel. Ik hoop dat de toeschouwer na afloop vooral solidariteit voelt. Aan het slot van de voorstelling wordt duidelijk dat er altijd nog een klein beetje vrijheid rest om het lot in eigen hand te nemen. Dat je altijd de vrijheid hebt om te weigeren compromissen te sluiten.“

Interview | Robbert van Heuven (www.robbertvanheuven.nl)