Interview met Philippe Quesne

Philippe Quesne & CAMPO | Next Day

De Franse theatermaker Philippe Quesne sluit aan in een eerbiedwaardige rij met grootheden als Tim Etchells, Gob Squad, Alain Platel en Josse De Pauw. Allemaal maakten ze eerder een voorstelling met kinderen voor het Vlaamse theaterhuis CAMPO. In Next Day gaat Quesne als een bioloog op onderzoek uit naar de microkosmos die kindertijd heet. “Ik denk dat we wat van kinderen kunnen leren.”

Als we elkaar spreken, zijn de repetities van Next Day halverwege. Theatermaker Philippe Quesne heeft dertien hoofdrolspelertjes om zich heen verzameld. Hij koos expres voor wat jongere kinderen, vertelt hij. Doordat de leeftijdskloof tussen publiek en spelers wat groter is, kan dat publiek zich hopelijk beter inleven in de wereld van het kind dan dat bij pubers het geval zou zijn. Quesne: “Ik wilde heel graag werken vanuit het standpunt van de kinderen. Hun blik op de wereld is nog heel open. Ze hebben nog een hele toekomst voor zich. Daar kunnen volwassenen zich volgens mij heel goed in herkennen, zeker als die kinderen zonder volwassenen op het podium staan.”

Wandelende tak

Hoe volwassenen naar het kind kijken, is het onderwerp van een serie van voorstellingen waarmee het Gentse theaterhuis CAMPO een aantal jaar geleden begon. Het vraagt theatermakers om een voorstelling voor volwassenen te maken met kinderen als hoofdrolspelers. Makers als Josse De Pauw, Alain Platel, Gob Squad en Tim Etchells gingen Quesne al voor en dat leverde bijzondere en heel uiteenlopende voorstellingen op.

Ook Quesne is geïnteresseerd in hoe de blik van de volwassene verschilt van die van het kind, zegt hij. Daarom wilde hij met Next Day een microkosmos creëren, een omgeving waarin het publiek de kinderen als bioloog kan bestuderen. Quesne: “We herkennen onszelf misschien beter terug, als we via een andere wereld naar de onze kijken. Toen ik klein was, was ik gefascineerd door insecten. Ik had een aantal dozen met die diertjes op mijn kamer staan. Ik kon uren naar de wandelende takken kijken. Hoe ze zich stil probeerden te houden, hoe ze zich verstopten. Uit het toeval ontstonden kleine voorstellingen. De mogelijkheid van het toeval, van een spontaan moment tussen podium en publiek, is precies waarom ik theater zo’n belangrijke kunstvorm vind.”

Kinderen reageren heel primair

Het idee van het spontane moment is daarom ook weer terug te vinden in Next Day. Daarvoor was de chemie tussen de kinderen en hun spontaniteit voor Quesne heel belangrijk: “Kinderen kunnen heel snel samen spelen, ook als ze elkaar niet kennen. Ze reageren heel primair.  Ze zijn extreem spontaan en kunnen met veel enthousiasme beslissingen nemen, zonder daar verder over na te denken. Het naturel van de kinderen moet naar voren blijven komen in de voorstelling. Ze moeten spontaan blijven. Ook al is het een voorstelling en is wat ze doen uiteindelijk niet meer echt spontaan, dat moet er wel zoveel mogelijk in blijven zitten.” Dat is ook de reden waarom Quesne niet met meerdere groepen kinderen werkt, zoals bij CAMPO gewoon is. “Het gaat me om hun persoonlijkheden en hoe ze vanuit die persoonlijkheid op elkaar reageren. Als een van hen wegvalt, hebben we een probleem.”

Wij zouden veel van kinderen kunnen leren

Kinderen en kunstenaars hebben veel gemeen, viel Quesne tijdens het werken met zijn groep acteurtjes op. “Ik ben zelf geloof ik nooit helemaal volwassen geworden. Ik herkende het enthousiasme dat de kinderen hebben voor theater en muziek. De fantasie speelt bij hen nog zo’n belangrijke rol. Ze vinden het leuk om eindeloos dingen uit te proberen. Voor volwassenen moet alles meteen wat opleveren. Daarom is de invloed van kunst, van het artistiek creëren van dingen, zo snel aan het afnemen. Terwijl ik denk dat we wat dat betreft nog veel van kinderen zouden kunnen leren.”

Vandaar ook dat Quesne voor Next Day wel een heel bijzondere dramaturge heeft ingehuurd: zijn dochter. “Ik heb aan haar gevraagd of ze het goed zou vinden dat ik deze voorstelling zou maken. Ze moest het er immers wel mee eens zijn dat ik zoveel met andere kinderen zou werken. Dat vond ze goed. Maar daarmee heb ik ook een dramaturge thuis zitten. Ik neem de dingen die we in het repetitielokaal doen op video op en die laat ik aan haar zien. Daar vindt ze van alles van en daar luister ik heel goed naar.”

Interview | Robbert van Heuven (www.robbertvanheuven.nl)