Interview met Petri Tuominen (Race Horse Company)

Race Horse Company | Super Sunday

Niemand maakte circus zoals zij dat graag zouden willen zien. Daarom richtten Rauli Kosonen, Petri Tuominen en Kalle Lehto in 2008 Race Horse Company op. Met die groep maken ze spectaculaire, acrobatische voorstellingen zonder veel ‘Cirque du Soleil-poespas’. “Als wij op het toneel staan, dan zijn we onszelf. Ik ben ik.”

Een plein. Ergens in Finland. Op dat plein staat een roestig busje. Uit dat busje worden door drie mannen tractorbanden, laddertjes en planken gesleept, waarmee ze de meest spectaculaire stunts uithalen. Ze springen met hoge sprongen van de banden en werpen zich met salto’s van het busje af. Rusty Road Circus was de eerste voorstelling van Rauli Kosonen, Petri Tuominen en Kalle Lehto en hun groep Race Horse Company en ze trokken er vele pleinen mee langs.

De drie richtten hun groep op, vertelt Petri Tuominen, omdat niemand circus maakte, zoals de drie dat zelf graag zouden willen zien. Tuominen: “Het hedendaagse circus werd ons te multidisciplinair en teveel gecombineerd met artistieke dans. Voor ons hoefde circus niet zozeer te mengen met andere kunstvormen. Circus alleen was voor ons wel genoeg en dan het liefst in een compromisloos jasje.” Dus wilden ze alle ‘Cirque du Soleil-achtige artistiekerigheid’ het liefst zover mogelijk achter zich laten.

Rondklooien

In Rusty Road Circus speelden de drie nog rollen als rare clowns en circusartiesten. In hun volgende voorstelling, Petit Mal, lieten ze ook dat los. Het ging ze om de stunts, niet om het verhaal. Tuominen: “In het theater kies je een toneelstuk en speel je een rol. Dat hoefde voor ons niet. Als wij op toneel staan, dan zijn we onszelf. Ik ben ik. Waarin we vernieuwend willen zijn, is in de benadering van onze disciplines en hoe we die laten zien.”

Dat vernieuwende zit erin dat anders dan in het traditionele circus Race Horse Company de voorstelling niet verdeelt in losse acts: eerst een jongleur en dan een trampolineact. In hun voorstellingen vloeit de ene spectaculaire actie soepel over in de volgende stunt. “We hebben geen vaste methode om onze voorstelling te maken”, vertelt Tuominen. “We klooien rond, oefenen nieuwe trucs en creëren zo een hoop materiaal. Als we genoeg materiaal verzameld hebben, monteren we dat tot een voorstelling.”


Kosonen, Tuominen en Lehto maakten Petit Mal met zijn drieën. In Super Sunday staan ze met twee extra performers op het podium. Tuominen: “We wilden de dingen heel anders aanpakken dan met Petit Mal. Die voorstelling hebben we met zijn drieën meer dan tweehonderd keer gespeeld. Dat was fysiek heel zwaar en de kans op blessures was erg groot. We deden bovendien elke avond exact hetzelfde. Dat wilden we niet meer.”

Circustent

Het uitgangspunt van Super Sunday was om ruimte te houden om te improviseren, zodat elke avond net iets anders is. Door met meer mensen te werken, is de voorstelling niet alleen minder belastend, maar werd de ruimte om nieuwe trucs te doen en daarop te variëren ook groter. “De nieuwe mensen brengen nieuwe vaardigheden mee. Daar kunnen wij weer van leren. Er ontstaat een vrijheid om nieuwe dingen uit te proberen. Dat maakt het spelen veel leuker dan steeds opnieuw te doen wat je al kunt. Ook voor het publiek: anders staan we elke avond dezelfde trucjes af te draaien.”

Dat betekende dat er voor Super Sunday ook nieuwe vaardigheden moesten worden aangeleerd. “Ik heb wel mijn eigen specialisatie, de zogenaamde chinese poles, maar ik vind het altijd leuk om bij te leren. Dat kost een hoop tijd, inspanning en pijn. Maar hoe meer iedereen kan, hoe meer mogelijkheden je hebt voor de voorstelling.”

Circus is als theatervorm de laatste jaren steeds populairder geworden (Noorderzon presenteert jaarlijks spannende, nieuwe circusvoorstellingen). Hoe komt dat, denkt hij? Tuominen: “Circus is populair is omdat het echt is en spannend en gevaarlijk. Theater is fictie en mist daardoor het gevaarlijke element. Als Hamlet doodgaat is hij niet echt dood. Als je het in het circus verkloot, dat verkloot je het ook echt. De laatste jaren speelt veel circus in het theater en niet meer in de tent. Toch vind ik dat er niets mis is met een echte circustent. Er is toch niets mooiers dan ergens aankomen, je bus uitladen en je eigen ruimte creëren? Ik droom daar wel eens over: als deze voorstelling goed gaat lopen, dan kopen we daar onze eigen circustent van.”  

Interview | Robbert van Heuven (www.robbertvanheuven.nl)