Interview met Tim Darbyshire

Tim Darbyshire | More or Less Concrete

Hij heeft een fascinatie voor taal en klank. Maar hoe verwerk je dat in een choreografie? Drie jaar lang werkte de Australische danser en choreograaf Tim Darbyshire aan de hallucinerende wereld van blauwe beelden en vervormde geluiden die zijn voorstelling More or Less Concrete is. “Ik wil aandacht vestigen op wat je normaal over het hoofd ziet.”

De klank van een taal die je niet verstaat. Het fascineerde de Australiër Tim Darbyshire mateloos toen hij een aantal jaar geleden in Frankrijk studeerde aan het Centre National de Danse Contemporaine in Angers. Op school werd wel Engels gesproken, maar op straat kon hij lang luisteren naar de Franse klanken die voor hem zonder betekenis waren. Darbyshire: “Tegelijkertijd leerde ik op school nieuwe danstalen. De combinatie van die nieuwe danstalen en die betekenisloze klanken, daar wilde ik iets mee. Ik wilde het gevoel dat dat bij me opriep overbrengen op een publiek.”

Op zoek naar een dansvocabulaire

Terug in Australië werkte Darbyshire drie jaar aan More or Less Concrete. “Doordat ik een residency kreeg in Melbourne had ik de tijd en het geld om eraan te werken. Ik wilde eerst zelf uitzoeken welke geluiden en bewegingen ik voor de voorstelling nodig had, voor ik er met anderen verder aan zou werken.” Dus sloot hij zich op in een studio om op zoek te gaan naar een dansvocabulaire waarvan hij zelf ook niet wist wat dat moest zijn. “Ik wilde niet teveel druk op mezelf leggen om iets te produceren. Ik zou al blij geweest zijn als er in die acht weken drie nieuwe bewegingen zouden ontstaan. Met drie bewegingen kun je al heel veel doen. Je kunt ze herhalen, aan elkaar koppelen in verschillende variaties, steeds opnieuw naar betekenis zoeken in de combinatie van bewegingen.”

Belangrijk was voor hem in ieder geval dat de bewegingen niet refereerden aan bepaalde dansconventies. Darbyshire: “Er is een aantal danstalen en – conventies die iedereen in de danswereld kent. Op een gegeven moment had ik die zo vaak gezien, dat ik de behoefte had daar los van te komen. Als ik merkte dat ik teveel een bekende kant op ging, dan probeerde ik daaraan te ontkomen, door het wat abstracter te maken.”

Een ander belangrijk uitgangspunt was dat de bewegingen geluid moesten maken. “Ik wilde tegelijkertijd een soundtrack en een choreografie maken. De dansers dansen en luisteren tegelijkertijd. Ze observeren zichzelf en het geluid dat ze maken. Dat is behoorlijk introvert en levert een naar binnen gekeerde choreografie op waarin veel op de grond wordt gelegen.”

Als in een tunnel

Juist omdat de choreografie redelijk introvert is, zocht Darbyshire naar een manier om het publiek makkelijker de voorstelling in te kunnen trekken. De oplossing was om de soundtrack van de dansers te versterken en via koptelefoons hoorbaar te maken voor de toeschouwers. Darbyshire: “Hoewel de dansers ver weg lijken, als in een tunnel, wilde ik dat de kleinste geluiden goed hoorbaar zouden zijn. Alsof je van grote afstand een fluisterend gesprek hoort. Dat geluid is de brug waarmee je de introverte wereld van de dansers binnen kunt komen.”

Het resultaat is een voorstelling die via geluid en beeld de toeschouwer onderdompelt in een nieuwe, onbekende wereld. “Voor mij gaat de voorstelling uiteindelijk over waarneming en aandacht. Ik wil de aandacht vestigen op dat wat je normaal over het hoofd ziet. Het geluid, bijvoorbeeld. Maar ook de bewegingen zelf. Meestal kijk je naar de dansers, ik wil de aandacht leggen op de dans. De voorstelling wordt daar behoorlijk surreëel van en visueel niet meteen te begrijpen. Dat laat veel ruimte om er als toeschouwer je eigen fantasie op los te laten. Iedereen heeft weer een ander idee van de betekenis van de voorstelling.”

Interview | Robbert van Heuven (www.robbertvanheuven.nl)