Interview met Antony Hamilton

Antony Hamilton en Alisdair Macindoe | MEETING

Twee dansers en 64 kleine robotjes zijn de ingrediënten van Antony Hamiltons MEETING. Terwijl de robotjes onafgebroken de puls aangeven, hebben de dansers maar te volgen. “Het voelt als schaken tussen ons en de robots. Alleen kunnen zij geen fouten maken en wij wel.”

Hij heeft als choreograaf liever geen enorme zaal met een ingewikkeld decor. Geef Antony Hamilton maar een kleine ruimte en een simpel uitgangspunt. In de voorstelling Black Project 1, waarmee hij in 2013 op Noorderzon te zien was, was dat uitgangspunt een eenvoudig zwart decor en twee zwart geklede dansers. Door die visuele reductie, vertelde Hamilton toen, liet hij de toeschouwer vrij zijn eigen verhaal te creëren.

MEETING is zo mogelijk nog simpeler. Twee dansers worden op een verder leeg toneel omringd door 64 kleine percussierobotjes die de puls aangeven. De dansers hebben die puls en de veranderingen in die puls simpelweg te volgen in hun bewegingen. Hamilton: “Ik werk als choreograaf en danser graag binnen zo’n simpel en strak kader. En probeer dan dat simpele op te rekken tot iets extreems.”

Schaakspel tussen dansers en robots

Zowel voor de dansers als het publiek is de voorstelling daarmee in principe heel helder, denkt Hamilton. Misschien wel helderder dan bij menig moderne dansvoorstelling het geval is. “Ik zie MEETING bijna als een recital. Het publiek heeft snel door wat we doen en kan ons vervolgens volgen in de technische uitdaging die we onszelf hebben opgelegd. Daarmee wordt de voorstelling een soort schaakspel tussen ons en de robots. Net als bij schaken met de computer maken de robots echter geen fouten. Wij wel. Het interessante is dat wij de robots hebben gemaakt, maar dat zij ons vervolgens uitdagen tot iets onmogelijks.”

Daarmee gaat MEETING ook over de verhouding tussen mens en machine, iets dat ook in eerdere voorstellingen van Hamilton een thema was. Los van de machinale puls die de dansers zo goed mogelijk proberen te volgen, zijn ook hun bewegingen strak en machinaal. “Door de puls van de machines heeft de voorstelling inderdaad iets machinaals, ook wij worden bijna machines, maar er blijft altijd een menselijk element in zitten. Anders dan die machines kan het ons namelijk schelen of we een fout maken of niet

Je moet een beetje een nerd zijn

In dat ‘wedstrijdje’ tussen de mensen en de machines zit het conflict en de spanning van de voorstelling, denkt Hamilton: hoe lang houden de dansers die gekmakende ritme-veranderingen bij? Het probleem van dat idee is wel dat de dansers tijdens de repetities en voorstellingen steeds beter in het dansen werden, waarmee dat spanningselement dreigde te verdwenen. Hamilton: “De patronen begonnen in ons lichaam te zakken, zoals een muzikant muziek leert. Daarom denken we erover om het allemaal nog iets moeilijker en sneller te maken. Die worsteling is immers spannend voor de toeschouwer. Overigens wil dat niet zeggen dat het op dit moment makkelijk voor ons is, omdat we de voorstelling niet heel vaak spelen. Daardoor blijft hij op het randje.”

Je moet een beetje een nerd zijn om een voorstelling als MEETING te maken, lacht Hamilton. De opperste concentratie die je nodig hebt om zo precies de robots te volgen, kun je trainen. “Maar je moet dat wel willen. Je kunt door die precisie als danser ook niet heel veel van jezelf in de voorstelling stoppen. Alisdair en ik zijn gek en autistisch genoeg om die choreografie te willen leren. Het geeft op een rare manier ook heel veel voldoening als het lukt.” Om de voorstelling te dansen, voelt voor de dansers als een intense vorm van mediteren, vertelt hij.

Overigens gaat de voorstelling voor hem over meer dan over precisie of over mens en machine. De voorstelling is ook een poging om met de zintuigen te spelen: om geluid te visualiseren, of om beweging hoorbaar te maken. “De veranderingen in het geluid zie je terug in de veranderingen in de bewegingen. Zo krijgt het geluid een visuele representatie en worden geluid en beweging inwisselbaar.” Hij geeft het voorbeeld van een drummer. Als hij op een trommel slaat, volgt het geluid de beweging. Hamilton wil geluid en beweging juist gelijkwaardig aan elkaar maken, zegt hij. “Daarmee krijgt de voorstelling hopelijk een diepere laag. Je weet als toeschouwer op een gegeven moment niet meer of het geluid uit de beweging voortkomt of andersom.”  

Interview | Robbert van Heuven