Interview met Christiane Jatahy

Christiane Jatahy/Cia VĂ©rtice | What if they went to Moscow?

De Braziliaanse regisseur Christiane Jatahy maakte in 2013 op Noorderzon grote indruk met haar voorstelling Julia, waarin film een belangrijke rol speelde. Met het combineren van media gaat ze in haar nieuwe voorstelling What if they went to Moscow? nog een boeiend stapje verder. “De camera kan zo dicht op een personage staan dat je bijna binnenin haar zit.”

In de stukken van de Russische schrijver Anton Tsjechov zeggen de personages zelden wat ze bedoelen. Dat is wat Christiane Jatahy zo mooi aan die teksten vindt. Daarom baseerde ze haar voorstelling What if they went to Moscow? op een van Tsjechovs bekendste stukken: Drie Zusters. “Wat de personages zeggen, is vaak maar een klein deel van wat er werkelijk gebeurt”, zegt Jatahy. “Er zit een afgrond binnenin de personages, die zo diep is dat hij nauwelijks in woorden is te vatten. Daarin zit voor mij vervat wat de mens eigenlijk is.”

In Tsjechovs Drie Zusters mijmeren drie zussen op het saaie Russische platteland eindeloos over het moment dat ze naar Moskou zullen verhuizen, maar gaan doen ze uiteindelijk nooit. Zo wordt de hoofdstad een metafoor voor het diepe verlangen naar een ander en onbereikbaar leven. Door het over Moskou te hebben, proberen de zusjes, kortom iets anders, iets onverwoordbaars te zeggen. Jatahy: “De zussen dromen van een utopisch Moskou. Daar zit een bepaalde melancholie in: je wilt je leven wel veranderen, maar je weet niet precies hoe.”

Spelen met de grenzen van disciplines

In Jatahy’s bewerking valt het woord Moskou maar één keer: Irina droomt er op haar twintigste verjaardag van om met een rugzak de wereld rond te trekken, te beginnen in Moskou. De melancholie van de klassieke tekst weet Jatahy daarentegen op een bijzondere manier te vangen: via film.

In What if they went to Moscow? ziet de toeschouwer de voorstelling twee keer: een keer op film en een keer live. De theatervoorstelling wordt gefilmd door de personages en live als film uitgezonden in een andere ruimte. Na de pauze worden de filmbezoekers theaterbezoekers en andersom. Ergens in die tussenruimte tussen film en theater bevindt zich de betekenis van de voorstelling en het is die tussenruimte waar Jatahy als kunstenaar al een aantal jaar mee speelt. Ook haar vorige voorstelling op Noorderzon, Julia, combineerde film met theater, al bevonden film en theater zich daar in dezelfde ruimte.

Jatahy: “Ik speel graag met de grenzen van de disciplines. Juist op die grenzen is nieuw gebied te ontdekken. Zo gebruik ik het verschil tussen fictie en realiteit en tussen live en film op verschillende niveaus. Op welke manieren kan de realiteit de fictie beïnvloeden? Kun je als acteur zo echt mogelijk spelen? Juist als de toeschouwer twijfelt of iets echt of niet echt is, gebeurt er iets met hun blik op een bepaalde situatie. Fictie bepaalt eigenlijk ons hele leven, en dus ook hoe we naar de mens kijken.” Vandaar dat ze het publiek twee keer naar dezelfde situatie wil laten kijken: een keer door de filmische ‘bril’ van de fictie en een keer vanuit de theatrale realiteit waarin toeschouwer en acteurs zich op hetzelfde moment in dezelfde ruimte bevinden. 

Schizofreen project

Opvallend genoeg blijkt dan film het meest intieme medium. Jatahy zit daar met de camera’s de personages dicht op de huid. “De camera kan zo dicht op een personage staan, dat je bijna binnenin haar zit. Dat komt, omdat een camera een bepaald beeld isoleert: je vergeet dat er zich buiten het frame ook nog dingen afspelen. Dat creëert intimiteit.” In het theater zie je wel wat er buiten het zicht van de camera gebeurt en dus ook op welke manier de fictie van de film wordt geconstrueerd: “In het theater is er sprake van een live situatie, is er sprake van interactie, waardoor je op een hele andere manier met de personages omgaat. Ik wil het publiek in de film laten zien wat op het toneel verborgen blijft en andersom. Zo ontdek je als publiek nieuwe betekenissen en nieuwe mogelijkheden.”

Voor de actrices betekent de dubbele voorstelling dat ze op twee verschillende niveaus moeten spelen. Jatahy: “We moesten dus een speelstijl zoeken die voor beide media interessant was. Daarin zocht ik ook heel erg naar de grens tussen personage en acteur en als gezegd tussen fictie en realiteit. Het was ook voor mij een nogal schizofreen project, omdat ik twee verschillende regisseurs moest zijn: eentje voor de film en eentje voor in het theater.”

Interview | Robbert van Heuven