Interview met Guy Weizman

Club Guy & Roni - En-Knap - Slagwerk Den Haag Phobia

Angst is een allesoverheersende emotie. Maar ook een die grote gevolgen heeft voor de relatie van mensen onderling. Over precies dat aspect wilde Club Guy & Roni een voorstelling maken, vertelt choreograaf Guy Weizman. “Ik probeer mijn mond open te doen, ook als mijn stem trilt.”

Het begon met een tekst van de Franse schrijver Albert Camus die choreograaf Guy Weizman ergens tegenkwam. Daarin deed Camus vlak na de Tweede Wereldoorlog suggesties over hoe de wereld ondanks de verschrikkingen van die oorlog weer verder zou kunnen komen. “We zijn nu zeventig jaar verder”, zegt Weizman, “maar veel is er niet veranderd. Camus wilde verder, maar we bevinden ons nog steeds op dezelfde plek.”

Weizman wilde daarom op zoek naar de reden van dat gebrek aan beweging. Samen met schrijvers Martijn de Rijk en Bas Heijne ging hij op zoek naar verschillende teksten over hoe we ons verhouden tot de ander en vooral ook over de angst voor die ander. Weizman: “Zo ontstond een tekst die gaat over de ander, maar ook over angst voor terrorisme. Over de angst om stil te blijven zitten en om niet meer tot handelen in staat te kunnen zijn. Maar als we stil zitten, hoe komen we dan verder? Kunnen we de wereld nog veranderen? Ik weet niet zeker of dat kan, maar wat is het alternatief? Niets doen?”

Laten zien wat er onder de tekst zit

Dat tekst een zo belangrijke rol speelt in een dansvoorstelling is bijzonder, maar in het geval van Club Guy & Roni is het niet uitzonderlijk. Het dansgezelschap vermengt graag verschillende podiumkunsten met elkaar. Uitzoeken hoe je dat doet, is een moeilijke maar inspirerende zoektocht, vertelt Weizman: “Belangrijk is dat je niet alle disciplines hetzelfde laat vertellen. Veerle van Overloop heeft als actrice vrij concrete teksten. Als de dans net zo concreet wordt, wordt het snel uitleggerig, terwijl je bij een goede tekst helemaal geen uitleg nodig hebt.” Dans kan andere dingen juist weer veel beter: “Met dans kun je juist laten zien wat er onder tekst zit, met dans kun je bij het publiek nieuwe associaties oproepen. De afstand tussen de vorm en de tekst is dan ook redelijk groot.”

Zo vroeg Weizman zich met zijn dansers af wat angst fysiek met je doet. “Veel bewegingen komen bijvoorbeeld voort uit trillen. Trillen dat je hele lichaam voelt. Je trilt soms ook als je niet bang bent, als er een bus voorbij rijdt, bijvoorbeeld, maar ook die trillingen kunnen een bepaald gevoel oproepen.” Een andere laag vormt de muziek, gespeeld door Slagwerk Den Haag. Weizman: “In Mexico worden er traditionele instrumenten gemaakt van beenderen van dode dieren. Slagwerk Den Haag vond twee componisten om muziek te schrijven voor die instrumenten. Zij zochten naar het geluid van de angst of van de dood. Dat is overigens geen horrorfilm-muziek geworden hoor. Net zo min als de voorstelling geen horror-voorstelling wil zijn.

Niet cynisch

Zo ontstond een voorstelling met een aantal stevige lagen van verschillende disciplines. “Wat ik leuk vind, is dat die lagen zo sterk zijn, dat het autonome kunstwerken zijn. Ze staan niet in dienst van iets anders en ook op zichzelf blijven ze overeind staan.” Angst en dood klinken niet per se als de meest gezellige onderwerpen, maar toch denkt Weizman dat je Phobia ook als een hoopvolle voorstelling kunt zien. “De voorstelling is een ode aan de durf. Misschien is het persoonlijk, maar ik probeer mijn leven niet door angst te laten beheersen. Ook al trilt mijn stem, ik probeer niet mijn mond te houden. Als je bang bent, kun je stoppen en het erbij laten zitten. Maar je kunt je ook trillend naar voren bewegen. Hoewel de dansers trillen in de voorstelling, proberen ze toch iets te zeggen. Langzaam maar zeker worden hun stemmen vaster. Op die manier hopen we het publiek in de voorstelling te inspireren om niet bang te zijn.”

Dus Weizman gelooft wel dat kunst iets kan veranderen? “Als ik daarin niet geloofde, dan kon ik niet doen wat ik doe. Ik ben niet cynisch: ik wil open staan voor de gedachten van anderen. Ook als we de wereld niet zouden kunnen verbeteren, is het belangrijk om naar elkaar te luisteren. Als we daar niet in zouden geloven, zouden we als kunstenaars beter kunnen stoppen.”

 

Interview | Robbert van Heuven