Interview met Eisa Jocson

Eisa Jocson | Host

Voor vermoeide Japanse zakenmannen zijn de clubs waar ze door vrouwelijke gastvrouwen met zang en dans worden vermaakt plekken om bij te komen en zakendeals te sluiten. Voor danseres en choreograaf Eisa Jocson zijn de clubs plekken waar verschillende culturen, dansen en lichaamsopvattingen door elkaar lopen. “Het spectrum van waar het menselijk lichaam toe in staat is, verbaast me elke keer weer.”

Op de Filipijnen hebben ze een slechte naam, de vrouwen en transgenders die in Japan in clubs voor gastvrouw spelen. Toch vinden veel Filipijnen daar een baan. Toen de Filipijnse choreograaf en danseres Eisa Jocson in 2011 voor het eerst in Japan was, raakte ze gefascineerd door de clubs en de culturele hybriditeit die die Filipijnen in een Japanse omgeving opleveren. “De host-cultuur is typisch Japans”, vertelt ze, “en heeft zijn wortels in de Geisha-traditie.” In de clubs worden (vooral) zakenmannen onderhouden door vrouwen en transgenders die voor ze zingen en dansen, al bestaan er ook clubs met mannelijke host voor vrouwen. Mannen kunnen er de strakke Japanse sociale mores een beetje loslaten en in een ontspannen sfeer zakenrelaties aanhalen of deals sluiten.

Japanners waarderen de Filipijnen

“In de jaren 70 kwam er vanuit de Filipijnen een export op gang van menselijke arbeid: Filipijnen gingen in die clubs werken.”, legt Jocson uit. “Japanners waarderen de Filipijnen. Ze zijn aardig, vrolijk, dynamisch en speels. Clubs maken reclame met het feit dat ze alleen Filipijnen in dienst hebben. Als je zo’n club binnengaat, dan voelt die ook echt Filipijns. Ergens weten de hosts hun eigen identiteit te behouden.” Tegelijkertijd moeten de dames zich ook assimileren in de Japanse cultuur. Ze moeten de taal leren, de Japanse culturele gewoonten. Zo ontstaat er een hybride cultuur die Japans noch Filipijns is. Zo ontmoette Jocson een transgender Filipijnse die haar eigen moderne choreografie had bedacht op basis van traditionele Japanse dans. “Ze was de perfecte hybride. Man en vrouw, Japanse en Filipijns, die met een Filipijns lichaam een manier vindt om zich Japanse dans eigen te maken.”

Die hybridisering vormt de basis van Jocsons voorstelling Host en de dans van de Filipijnse was daarbij een van de uitgangspunten. Jocson vroeg haar om haar die dans exact aan te leren. In Host speelt Jocson gastvrouw voor haar publiek en probeert vervolgens in dans die verschillende culturen te vangen. De titel slaat dus niet alleen op het concrete uitgangspunt van de hostclubs, zegt ze, maar ook op het feit dat haar lichaam in de voorstelling de gastvrouw vormt voor diverse dansculturen. 

Nog steeds niet helemaal zeker

Het aanleren van nieuwe dansvormen is voor Jocson niet nieuw. Voor de voorstelling Macho Dancer, waarmee ze in 2013 op Noorderzon te zien was, leerde ze zichzelf de danstechnieken aan van de Filipijnse ‘macho dancers’, clubdansers met een krachtige dansstijl die erom draait je spierbundels zo goed mogelijk te tonen. Voor Host ging Jocson niet alleen in de leer bij de transgender clubdanseres, maar ook bij een Japanse danscoach die haar de traditionele Nihon Buyoh-dans bijbracht. “Macho Dancer stond me bij het leren van die dans enorm in de weg. Ik merkte dat ik toch steeds vasthield aan de bewegingstechniek die ik daarvoor had opgedaan. In Macho Dancer nam mijn lichaam veel ruimte in, was er de illusie van massa, van zwaartekracht. Japanse dans is daarvan het tegenovergestelde: het is minimaal, compact, subtiel en verfijnd. Alles is tot in het kleinste detail gestileerd. Het Filipijnse lichaam is extreem dynamisch en hyperactief vergeleken bij dat van de Japanner. Ik voel me nog steeds niet helemaal zeker wat betreft de Nihon-Buyoh.” 

Het lichaam verzet zich

Maar juist de moeite die het kost voor een lichaam om een andere danscultuur te ‘vertalen’ en de weerstand te laten zien die komt kijken bij culturele vermenging, is voor Jocson precies het punt. “Ik merk dat mijn lichaam zich in Host soms verzet tegen hoe het zich moet presenteren. Er is altijd een zekere afstand tot een andere danstaal, een taalprobleem tussen het lichaam en de vreemde dans. Het is ook moeilijk om jezelf dingen aan te leren waar mensen normaal jaren mee bezig zijn om het echt goed te kunnen. Die worsteling maakt deel uit van de voorstelling. Als het makkelijk gaat, dan doe ik iets niet goed. Maar ik verbaas me elke keer weer hoe groot het spectrum is van wat het lichaam kan.”

Het spelen met dat spectrum en de verschillende dansculturen is zo voor Jocson een manier om de verschillende culturen te leren kennen, maar ook om iets te zeggen over de hybride cultuur die ontstaat als mensen migreren. “Ik wil die verschillende werelden leren kennen door via mijn lichaam die werelden te betreden. En als er hybride dans ontstaat, in hoeverre is die dans nog van jou of van die ander? Wat gebeurt er met een lichaam als het migreert? Daar zou je een proefschrift over kunnen schrijven, maar ik benader zulke vragen liever van binnenuit.”

Interview | Robbert van Heuven