Interview met Lander Patrick

Lander Patrick | ArrastaƵ

Schilderen met muziek. Zo beschrijft Lander Patrick zijn dansvoorstelling Arrastaõ waarin het publiek het orkest vormt. “Iedereen doet uiteindelijk altijd mee.”

“Vergelijk het met een feestje”, zegt choreograaf en danser Lander Patrick. “Als je naar een feestje gaat om de hele nacht zonder zorgen te dansen, waarom doe je dat? Je hebt lol met andere mensen, we vermaken elkaar collectief. Daarin speelt muziek een rol. Muziek brengt mensen samen en dat geeft plezier.”

Als dansprofessional heeft Patrick een buitengewone interesse in muziek. Meestal vormt muziek voor dans vooral de achtergrond, maar voor de Portugees moet muziek meer zijn dan dat. In zijn werk zoekt hij naar manieren om dans en muziek veel meer te integreren. “Jonas Lopes, met wie ik Arrastaõ maakte, en ik zijn nieuwsgierig naar hoe muziek een dramaturgisch kader kan opleveren voor een dansvoorstelling. Op het gebied van muziek zijn we amateurs, maar we houden er enorm van en die zoektocht naar een nieuwe rol voor de muziek is daarom heel leuk. Als we een dans componeren dan denken we altijd vanuit de muziek.”

Het publiek wordt gedirigeerd

Zo stonden Patrick en Lopes in de voorstelling Eggshells geblinddoekt tegenover elkaar en sloegen elkaar in het gezicht en op de handen, waardoor er een ritme ontstond. De beweging kwam voort uit de muziek en de muziek vanuit de beweging. “In Arrestaõ doen we iets vergelijkbaars, maar dan samen met het publiek.”

In de voorstelling dirigeert Patrick het publiek. Zij moeten de muziek gaan maken. Op die muziek reageert Patrick vervolgens weer, waardoor danser en publiek en muziek en dans elkaar gaan beïnvloeden. “Zo ontstaat er een circulaire relatie tussen mij en het publiek. Ik geef iets aan het publiek, zij geven het terug, ik pak dat op en transformeer het fysiek om het vervolgens weer aan het publiek te geven.”

Hoe je dat precies doet, was nog een hele zoektocht. Een voorstelling die zo hangt op de inbreng van het publiek kun je bijvoorbeeld nauwelijks repeteren zonder dat publiek. Patrick: “We konden de voorstelling nooit helemaal afmaken zonder toeschouwers. Anders bleven we werken met onze projectie van een mogelijke publieksreactie. We moesten de voorstelling in de voorbereiding dus al snel veel met publiek spelen, zodat hij kon groeien en niet bleef hangen in het theoretische idee alleen.” De eerste keer spelen voor publiek was een overdonderende ervaring, vertelt hij. “Het voelde en klonk als een rockconcert. Het geluid van het publiek was zo hard, dat ik even niet wist hoe ik daar als danser op moest reageren.” 

Bravoure

Patrick maakte zich in eerste instantie zorgen dat hij het publiek niet over de drempel zou kunnen krijgen om mee te doen. “En zonder hen is er geen concert en zonder concert geen dans. Dat is nog elke voorstelling het risico en dat is nog elke keer spannend.” Het moeilijkste publiek zijn de dansprofessionals, heeft hij ervaren. “Die zijn zich er heel erg van bewust dat er mensen die ze professioneel kennen naar ze kijken en kunnen zich daardoor moeilijk laten gaan. Maar over het algemeen word ik elke keer weer verrast, want iedereen doet uiteindelijk altijd mee.”

Hoe komt dat, denkt hij? “Samen muziek maken, geeft gewoon plezier. Het publiek vormt als orkest een collectief en dat collectief krijgt de mogelijkheid om op een leeg wit vel muziek te componeren. Dat heeft een zekere gulheid die mensen graag aannemen.” Soms een beetje te graag, zelfs.  “Mensen kunnen zich er helemaal in gooien. Dat besef was nieuw voor mij. In Porto begonnen mensen zelfs te schreeuwen, en ik wist helemaal niet dat zo veel bravoure ook een mogelijkheid kon zijn.  Ik kon die groep nog moeilijk onder controle houden en dat vond ik wel bijzonder. Al heb ik na zo’n voorstelling wel koppijn.”

Juist die balans tussen controle en vrijheid is de meest interessant zoektocht van Arrastaõ, vertelt Patrick. Uiteindelijk moeten danser en publiek wel samen voor een interessante voorstelling zorgen. “Het dansmateriaal is wel degelijk georganiseerd. Het werkt ergens heen, omdat het publiek natuurlijk een bepaalde ervaring wil geven. Voor mij is het dus heel erg belangrijk dat ik mezelf in bescherming neem. Ik moet altijd oppassen om niet te verdwalen in de reactie van het publiek.”

Interview | Robbert van Heuven