Interview met Una McKevitt en Richard Walsh

Pan Pan Theatre | The Seagull and Other Birds

Kun je eigenlijk nog wel originele kunst maken, vroeg de Ierse groep Pan Pan Theatre zich af. Of is alles een afgeleide van wat er al eerder werd gemaakt? “Toneelstukken moeten geen museumstukken worden.”

Hoe vaak zal het toneelstuk Een Meeuw van de Russische schrijver Anton Tsjechov inmiddels al niet zijn opgevoerd? Duizenden keren? Honderdduizenden keren? Ook de Ierse groep Pan Pan Theatre nam Een Meeuw als uitgangspunt voor de voorstelling The Seagull and Other Birds. Met nadruk op die andere vogels, want de groep combineerde de tekst met een aantal nieuwe teksten. Om zo te kijken of er met het klassieke stuk van Tsjechov nog wel wat origineels te zeggen valt.

“De voorstelling begon vanuit de vraag: waarom maken we eigenlijk nog kunst?”, vertelt acteur Richard Walsh. “Daar voerden we met zijn allen gesprekken over en zo kwamen we op Een Meeuw. Elk personage in dat stuk is kunstenaar, schrijver of acteur.” In het stuk speelt bovendien de verhouding tussen kunstenaar, kunstwerk en het nut van het maken van kunst een belangrijke rol. “We beseften ons dat eigenlijk elke voorstelling over kunst in die zin Een Meeuw is. Waarom zou je dan nog een nieuwe voorstelling willen maken als De Meeuw al gemaakt is?”

Van martelingen tot onderbroeken

Dat niets uiteindelijk echt origineel is, geldt niet alleen voor het theater, denkt actrice Una McKevitt. “Het is bijna niet meer mogelijk om iets nieuws te verzinnen, of een originele gedachte te hebben. Je zit altijd vast aan wat er al is. Daarmee wordt alles continu herhaald.” Walsh: “Ik hoorde eens de uitspraak: ‘Twijfel aan alles, behalve als het origineel is.’ Misschien is het inderdaad zo dat je in die veelheid van dingen om ons heen die niet origineel zijn, het nieuwe het enige is dat te vertrouwen is.”

Vandaar dat de groep bedacht om de tekst van Tsjechov slechts als uitgangspunt te gebruiken en zelf nieuwe aanvullende teksten te schrijven. Zo schreef Walsh zelf een toneeltekst gebaseerd op de gesprekken die hij op televisie hoorde en die qua onderwerp variëren van martelingen tot onderbroeken. “Het is een soort van ready made theatre. Ik schreef het stuk in eerste instantie los van de voorstelling en van Een Meeuw, maar de thematiek bleek mooi te overlappen. Een van de andere acteurs schreef een klucht over een jongen die poëzie wil schrijven.”

Door die verschillende teksten in een open theatervorm naast en door elkaar te plaatsen met Een Meeuw als rode draad, ontstond een maf en associatief theatraal mozaïek. En iets wat inderdaad volkomen nieuw en origineel is. Dat is belangrijk, vindt McKevitt, omdat theatermakers altijd op zoek moeten naar wat ze nog voor nieuws met het klassieke repertoire kunnen doen. “Toneelstukken moeten geen museumstukken worden. Je moet nieuwe manieren vinden om naar oude stukken te kijken. In plaats van de zoveelste keurige productie waarin iedereen braaf doet waarvan hij denkt dat de schrijver het zo heeft bedoeld en dat iedereen dus al duizend keer eerder heeft gezien. Al was het maar, omdat je ook de aandacht wilt trekken van een nieuw publiek. De oude manier van theater maken is niet meer van deze tijd. De uitdaging is om vormen te vinden waar ook een nieuw publiek in is geïnteresseerd.”

Verrassingen

Dat is een verfrissende gedachte, zeker in Ierland, waar de toneelschrijver de belangrijkste kunstenaar in het theaterlandschap is en regisseurs en acteurs vooral in dienst staan van de tekst. De nieuwe vorm van Pan Pan vraagt dan ook om een nieuwe speelstijl, die misschien in Nederland redelijk gemeengoed is geworden, maar in Ierland zeker niet. Een speelstijl waarin de acteur niet als zijn personage, maar als zichzelf op het toneel staat. McKevitt: “Ik probeer me als acteur niet te verschuilen achter een personage of het publiek emotioneel te manipuleren. Ik dring ze geen gevoelens op. Ik ben mezelf en niet mijn personage. De woorden die je hoort, zijn van mij, van Una.”

Walsh: “Natuurlijk is een acteur ook altijd zichzelf. Het is heel moeilijk om niet jezelf te zijn op het toneel. Desondanks hangt dat zoeken naar authenticiteit op het toneel ook samen met de vraag naar originaliteit. Acteren is uiteindelijk ook leunen op oude methodes of strategieën. Maar wat ons betreft moet je op het toneel ook open kunnen staan voor het nieuwe, voor verrassingen. Je moet de theatrale situatie – wij zijn acteurs en staan voor een publiek dat naar ons kijkt – niet ontkennen, maar er juist open voor staan. Dat maakt het ook leuk om te spelen. Het is een beetje een maffe voorstelling en vraagt dus iets anders van de acteur dan: ga daar staan en zeg je tekst.”

 

Interview | Robbert van Heuven