Interview met El Conde de Torrefiel

El Conde de Torrefiel | Guerrilla

Iedereen ziet de wereld op zijn eigen manier. Daardoor lijkt het bijna nog onmogelijk dat we gezamenlijk in opstand komen tegen onrecht. En tegelijkertijd vinden we niets fijners dan op te gaan in een groep. Over die paradox gaat Guerrilla van het Spaanse El Conde de Torrefiel. “De realiteit is gebroken.”

Een massa van mensen: op een feestje, tijdens een tai-chi-les, op een conferentie. Maar dat landschap van bewegende lichamen bestaat uit verschillende individuen, die allemaal een andere blik op de wereld hebben. De verhouding tussen groep en individu is een onderwerp dat perfect past bij de Spaanse theatergroep El Conde de Torrefiel. Vorig jaar was hun voorstelling Escenas para una conversación después del visionado de una película de Michael Haneke op Noorderzon te zien, waarin de onuitgesproken sociale codes onder ons alledaagse leven onder de loep werden genomen. Nu zoomt de groep in op de verborgen gedachten en relaties binnen een grote groep mensen, vertelt groepslid Tanya Beyerler. “We zochten met de voorstelling naar een manier”, legt ze uit, “om te laten zien hoe we als mensen vaak een massa vormen, maar dat die massa ook onze verschillen verbergt.”

Voyeuristisch

Voor de voorstelling zocht de groep naar een grote club Groningse vrijwilligers die die massa’s kon spelen. Het publiek bewondert ze in drie verschillende situaties die voor Beyeler het zakelijke (een conferentie), het fysieke (een tai-chi-les) en het geestelijke (een feestje) representeren. Veel meer gebeurt er in beeld niet. Beyeler: “De toeschouwer valt als het ware in een bepaalde groepsdynamiek van een groep mensen die hij niet kent. Door langere tijd naar die mensen te kijken, kan hij ze misschien beter leren kennen. Alsof hij inzoomt op een stilleven. Het heeft iets voyeuristisch om over een langere tijd naar mensen te kunnen kijken.” Tegelijkertijd leert het publiek de mensen op het podium ook beter kennen door een geprojecteerde tekst. “Daarin zit de echte actie. Zonder dat je ze hoort en zonder dat je ze spreekt, kom je meer over de personen te weten. De tekst helpt je in te zoomen.”

Voor Beyerler is die spanning tussen de tekst en de mensenmassa een metafoor voor onze samenleving. “De realiteit is gefragmenteerd. De massa mag dan homogeen lijken, elk individu ziet de wereld anders. We hebben allemaal ons eigen perspectief, maar we moeten toch met elkaar samenleven. Die fragmentatie maakt het zo moeilijk om problemen op te lossen.”

Zeker voor Europeanen van in de dertig en jonger is het individualisme groot, zegt ze. “We zijn de eerste generatie die dankzij anticonceptie, de verzorgingsstaat, de welvaart en onze werkende ouders langer jong heeft mogen blijven. We lijden een beetje aan een Peter Pan-syndroom: we willen niet oud worden. Het leverde ook een enorme vrijheid op en een oneindige hoeveelheid keuzes. We waren wat dat betreft een soort proefpersonen van een grote vrijheid die generaties voor ons niet kenden.” Bovendien worden we gebombardeerd met talloze verschillende perspectieven en werkelijkheden: “Die van het dagelijks leven, die van onze telefoon, die van de media. De wereld is complex, we hebben eindeloos veel informatie tot onze beschikking en nog meer manieren om ons uit te drukken. Maar daardoor wordt er juist minder gecommuniceerd. De realiteit is gebroken.”

Tweede Wereldoorlog

En dat terwijl er volgens Beyeler op dit moment genoeg aanleiding is om beter met elkaar te communiceren en gezamenlijk op te trekken. “Uiteindelijk zijn we samen verantwoordelijk voor de samenleving. We laten de democratie nu teveel over aan politici. Maar wij zijn die democratie zelf. We vinden het moeilijk om die gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid te nemen, terwijl wel heel gemakkelijk gezamenlijk deelnemen aan een conferentie of een feest. We besteden eigenlijk alleen aandacht aan mensen zoals wijzelf. We creëren onze eigen kleine gemeenschapjes, zonder kennis te hebben van andere soorten mensen.”

Dat was anders in de tijd van onze grootouders, vermoedt Beyerler. “Toen bevond de gemeenschap zich op straat.” De parallel met de tijd van de opa’s en oma’s speelt dan ook een belangrijke rol in de voorstelling. “In de tekst speculeren we op een mogelijk groot conflict. Zo trekken we een parallel tussen het leven van onze grootouders in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog en de tijd waarin wij nu leven. De oorlog had grote gevolgen voor het leven van al onze grootouders. Wij zijn misschien allemaal anders, maar wellicht delen we in de toekomst ook iets groters dan we niet kunnen voorzien. Iets dat we ongeacht ons geslacht, onze leeftijd, afkomst of politieke kleur op dezelfde manier zullen ervaren.”

Interview | Robbert van Heuven