Interview met Liquid Loft

Liquid Loft - False Colored Eyes (Imploding Portraits Inevitable)

Voor de serie Imploding Portraits Inevitable liet het Oostenrijkse dansgezelschap Liquid Loft zich inspireren door Andy Warhol. Maar ook door onze eeuwige neiging om onszelf op beeld vast te leggen. “Ik zou stom zijn als ik de persoonlijkheid van de danser niet zou gebruiken.”

Het jezelf zo goed mogelijk in beeld brengen lijkt een internationale sport te zijn geworden. Toch kan de Oostenrijkse choreograaf Chris Haring niet precies de vinger leggen op de reden daarvan, zegt hij. “Zelfrepresentatie en zelfoptimalisatie spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom mensen die neiging hebben. Het lijkt bijna een organisch iets: je bestaan willen vastleggen. Alleen is dat bestaan nu ook steeds meer virtueel.”

Hyperscherp

Onze telefoon, met daarin die onafscheidelijke camera, is steeds meer een onderdeel van ons lichaam geworden, zegt Haring. “Je gebruikt hem om dingen te onthouden, om te communiceren. Het is een derde oog.” Het gevolg van die grote aanwezigheid van beelden is dat die beelden ons soms nog echter voorkomen dan de werkelijkheid. “Die beelden zijn met hd-schermen hyperscherp, met kleur en diepte, ze kunnen vertragen en versnellen. Al die mogelijkheden hebben zich vastgezet in ons denken over de werkelijkheid. Die werkelijkheid lijkt daardoor nogal saai. Andy Warhol zag dat al: het leven op televisie en in film is veel interessanter.”

Vanuit die fascinatie voor het beeld maakt Haring met zijn gezelschap Liquid Loft het drieluik Imploding Portraits Inevitable, waarvan False Colored Eyes het tweede deel is. De inspiratie voor de serie vond de groep bij Warhol, en dan met name bij zijn Screen Tests en zijn film Chelsea Girls. In die laatste film portretteerde Warhol een aantal bewoners van het New Yorkse Chelsea Hotel. Haring: “Hij maakte twaalf films die ieder gingen over een bewoner van het hotel. Elke film heeft zijn eigen stijl qua kleur, geluid en dynamiek. De films werden twee aan twee in splitscreen getoond, maar de filmoperateur mocht zelf bepalen in welke volgorde.” Zo ontstonden verschillende combinaties waartussen de kijker zelf het verband mocht bepalen. “Niet alleen leverde dat een bijzondere kijkervaring op, Warhol maakte zo ook sterren van gewone mensen.” Dat gebeurde ook met de screentests waarbij Warhol vijfhonderd mensen een voor een drie minuten voor de camera zette. “Het is bijna een vorm van klassiek portretschilderen. Maar het gaat verder dan dat, want je ziet de mensen ademen, bewegen, met hun ogen knipperen. Het maakt de gewone mens kwetsbaar en daardoor interessant.”

Daarmee zette Warhol een trend in richting authenticiteit en het zoeken naar een ‘ware’ ik die nog steeds voortduurt, denkt Haring. Hij ziet het ook terug in de manier waarop hij met zijn dansers werkt. “Je laat nu ook niet meer zien hoe hoog een danser zijn been kan optillen. Het publiek kijkt nu anders naar dans dan in de 19e-eeuw. Ze willen de persoonlijkheid van de danser zien. Ik vind die persoonlijkheid van de danser, diens eigen kunstenaarschap, dan ook belangrijk om te tonen. Ik zou stom zijn als ik die als choreograaf niet zou gebruiken.”

Low-tech

Haring werkt met een groep vaste dansers die hij goed kent en die hij in de voorstelling vooral ook als performers inzet. In False Colored Eyes zijn zij niet alleen danser, maar ook cameraman of –vrouw. “Ik vind het interessant om te werken met het gegeven dat een danser heel anders omgaat met de camera dan een echte cameraman dat zou doen. Een danser heeft geleerd om te gaan met zijn lichaam, met zijn lichaam in de ruimte en met andere lichamen in die ruimte. Door die vaardigheden te combineren met twee camera’s en de beelden van die camera’s ontstaat een choreografie. De dansers moeten echt performen en niet alleen danspassen doen. Dat vraagt veel meer van ze. Uiteindelijk vraagt de voorstelling om een hele strakke choreografie. Daardoor zien de beelden er heel complex uit, maar de voorstelling is eigenlijk heel low-tech.”

Door de dansers te laten spelen met de camera’s ontstaat er een spel met beeld en werkelijkheid. Haring: “Je hebt door de camera altijd een soort virtuele realiteit bij de hand. Maar dat levert een gat op tussen de werkelijkheid en de film die we willen laten zien. Wat gebeurt er precies met de camera? En wat gebeurt er buiten het zicht van de camera?”

Dans, zegt Haring, is een uitermate goede kunstvorm om dergelijke vragen te onderzoeken. “Mijn werk als choreograaf is om het lichaam vanuit verschillende perspectieven te bekijken en het zo een nieuwe waarde mee te geven. Wat me weer terugbrengt bij Warhol. Hij toonde gewone mensen en gaf ze zo een nieuwe waarde mee.”

Interview | Robbert van Heuven