Interview met Omar Abusaada

Omar Abusaada | While I was waiting

De Syrische regisseur Omar Abusaada woont in Damascus, maar maakt theater in Europa. Daarmee bevindt hij zich in een bijzondere positie om te reflecteren op de burgeroorlog in zijn land. “Syrië bevindt zich in een schemergebied.”

De stad gaat zijn gewone gang, vertelt de Syrische theaterregisseur Omar Abusaada vanuit Damascus. Mensen doen hun dagelijkse dingen. Ze gaan uit, naar de film of naar het theater. Ze gaan naar de universiteit. Maar toch is het dagelijkse leven helemaal niet normaal. Want Damascus is toch echt de hoofdstad van een land in oorlog. “De stad is ook gevaarlijk, er zijn checkpoints. De ene dag is heftiger dan de andere. Maar zoals in elke oorlog passen mensen zich aan aan die situatie.”

Damascus bevindt zich zo in een raar schemergebied: het is een dode stad die toch leeft. Het schemerige gebied tussen de ene staat van zijn en een andere speelt niet voor niets een belangrijke rol in Abusaada’s voorstelling While I was waiting. Daarin ligt de hoofdpersoon in coma na een mysterieus ongeluk, terwijl buiten het ziekenhuis de stad en zijn familie grote veranderingen doormaken.

Een vorm van overleven

Abusaada maakte de voorstelling in Marseille met een team van landgenoten die zich door de oorlog over de hele wereld hebben verspreid. Abusaada: “Het werken aan de voorstelling gaf ons de mogelijkheid om weer twee maanden bij elkaar te zijn. We zijn vrienden, we werken al heel lang samen. Zonder theater zouden we elkaar niet kunnen ontmoeten.” Theater maken is in die zin een vorm van overleven, zegt hij. “We doen wat we het beste kunnen: een voorstelling maken.”

De laatste voorstellingen die Abusaada met zijn vaste schrijver Mohammad Al Attar maakte, gingen allemaal op hun eigen manier over de oorlog. Theater maken wordt zo naast een vorm van overleven ook een manier om greep te krijgen op de grote veranderingen in hun eigen leven en in de Syrische samenleving in zijn geheel. “Er is zoveel gebeurd in de afgelopen vijf jaar. Mijn familie en vrienden zijn vertrokken. Er zijn bekenden dood gegaan. Ik ben verscheidene keren verhuisd. Het concept van leven en dood veranderde, omdat je elke dag tegen de dood aan kunt lopen. Door al die gebeurtenissen zit je vol met vragen. Het maken van een voorstelling is een reis op zoek naar antwoorden op die vragen.”

Stereotypering

De voorstelling is echter vooral bedoeld voor een Europees publiek. Daarin ligt voor Abusaada nog een belangrijk motief voor het theater maken besloten. Via de voorstelling kan hij dat publiek een ander beeld van Syrië meegeven dan dat wat ze elke dag op het journaal zien. “Er is een verschil tussen wat de media laten zien en de dagelijkse realiteit hier. Ik wil het echte leven laten zien, laten zien hoe mensen in Damascus leven.”

Doordat hij als theatermaker in staat is om zich tussen Syrië en Europa te bewegen, heeft hij een goed idee van het beeld dat Europeanen hebben. Een van de dingen die hem opvielen, is dat er over de Syrische vluchtelingen vooral gesproken wordt als massa of als stroom. “Het zijn individuen. Dat is erg belangrijk om te tonen. Mensen zien Syriërs niet als individuen, omdat ze ze niet ontmoeten. Daarom zie ik het als een taak om te proberen die stereotypering te stoppen.” Bijvoorbeeld door in While I was waiting te vertellen hoe verschillende familieleden met de oorlog omgaan. De familie lijkt  overigens erg op zijn eigen familie, vertelt hij. 

Waarom woont Abusaada eigenlijk nog in Damascus, hij zou toch ook in Europa kunnen blijven om daar theater te maken? “Het is belangrijk voor mij om weer terug te gaan naar Damascus. Ik wil reflecteren op wat er gebeurt met mijn land en mijn landgenoten. Ik ben getuige van wat er daar gebeurt. Ik vind dat een belangrijke rol.” Ook hij bevindt zich zo, net als de hoofdpersoon van zijn voorstelling, in een soort tussengebied, vertelt hij. “Ik leef niet in Syrië en ook weer wel. Ik bevind me ergens tussenin. Maar dat geldt voor de meeste mensen hier. De meeste Syriërs willen hier weg. Maar degenen die vertrokken zijn, willen het liefst weer terug. Ook het land zelf bevindt zich in een schemergebied. Het bestaat nog wel, maar tegelijkertijd bestaat Syrië niet meer. Het bevindt zich ergens tussen leven en dood.”

Interview | Robbert van Heuven