Interview met Sarah Vanhee

Sarah Vanhee | Oblivion

Kunstenaar Sarah Vanhee verzamelde een jaar lang alles wat ze normaal gesproken zou hebben weggedaan. Die verzameling toont ze in haar performance Oblivion aan het publiek. “We knippen ons voortdurend los van dingen.”

Uit het oog, uit het hart, is de uitdrukking. Zodra we iets wegdoen zijn we alweer bijna vergeten dat het er was. Maar daarmee houdt dat object natuurlijk nog niet op te bestaan. De Vlaamse Sarah Vanhee interesseerde zich voor die paradoxale verhouding tussen mensen en hun spullen. En de vragen die die verhouding oproept, vertelt ze. “Ik wilde die relatie opnieuw onderzoeken. Alles wat je als mens weggooit, heeft wel bestaan. En bestaat ook nog, nadat je het hebt weggedaan. Daar zijn we nogal eens wat achteloos over. Hoe we omgaan met wat we wegdoen, zegt ook iets hoe we omgaan met ons verleden.”

Tentoonstellen

Vanhee besloot een jaar lang alles te verzamelen wat ze anders had weggegooid. Niet alleen haar afval, maar bijvoorbeeld ook haar mailtjes en de teksten waar ze ontevreden over was. Van haar toiletbezoek hield ze een dagboek bij. In haar voorstelling neemt ze de tijd om de verzamelde spullen aan het publiek te tonen en om haar anders in de prullenbak verdwenen teksten te laten horen. Daarmee maakt ze zichtbaar wat anders onzichtbaar was gebleven en het onhoorbare hoorbaar. Het is een thema dat vaker terugkomt in haar werk. Eerder maakte ze met A lecture for every one ‘onzichtbare’ kunst. Het was een lezing die ze overal en voor iedereen kon houden, zonder dat mensen per se wisten dat het om een kunstproject ging. Het bracht haar op duizend-en-een-plekken die vooral buiten het theater lagen. Vanhee: “Ik wilde nu graag weer werk maken in het theater dat zichtbaar is voor het kunstpubliek. Maar ik wilde daar dan graag het onzichtbare tonen. Zo kwam ik op die spullen: dat waarvan je je ontdoet wordt onzichtbaar.”

Door bewuster bezig te zijn met de spullen om haar heen, ontwikkelde ze een nieuwe relatie met de dingen. “Ik wilde graag een nieuwe attitude vinden naar de spullen. Na een tijdje verzamelen begreep ik dat je ze niet als waardeloos moet zien, maar ze juist nieuwe waarde moet geven. De waardeloosheid moet uitstellen.” Daarom neemt ze in de voorstelling ook de tijd om haar spullen aan het publiek te tonen. “We hebben weinig aandacht voor wat we wegdoen. Onze samenleving is op vooruitgang gericht. We knippen ons voortdurend los van dingen om ons dan weer voor korte tijd aan iets anders te verbinden. De nadruk ligt op efficiëntie, op kiezen, op snelheid. Dat geldt ook voor de kunst. We zoeken altijd naar het perfecte. Daardoor zijn er in de samenleving al genoeg plekken die zich bezig houden met ‘wat werkt’.” Voor haar zijn al haar spullen evenveel waard en ze wil ze daarom allemaal aandacht geven. Dat staat haaks op kiezen en snelheid. “Een snelle voorstelling past niet bij het materiaal en de veelheid ervan. Ik wil alles waarderen en alles omhelzen.”

Macht en machteloosheid

Dat zou allemaal moeilijk en conceptueel kunnen klinken, maar zo is Oblivion absoluut niet bedoeld, benadrukt Vanhee. “Ik vond het wel belangrijk dat er iets uit dat verzamelen kwam dat mensen echt kunnen zien. Ik ben niet zo’n kunstenaar die het onderzoek belangrijker vindt dan de uiteindelijke voorstelling. Die voorstelling is voor mij wel degelijk belangrijk, omdat dat de manier is waarop het publiek zich tot een onderwerp kan verhouden. Tegelijk vind ik het belangrijk dat de betekenis zodanig open blijft dat je er op verschillende manieren naar kunt kijken. Ik wil niet moralistisch worden over verspilling en ook geen oordeel vellen of iets meer of minder waard is.”

Door de mogelijkheid voor het publiek om zijn eigen betekenis te zoeken in Oblivion wordt Vanhee nog wel eens verrast wat mensen in de voorstelling hebben gezien. “Zo vonden vrienden van mij dat het heel erg over macht en machteloosheid ging. Juist doordat er geen instantie is die voor de spullen bepaalt of ze meer of minder waard zijn, ontstaat er een horizontale machtsverhouding. Heel verschillende spullen kunnen naast elkaar bestaan.”

Andere mensen vinden de voorstelling juist weer heel persoonlijk. “Ik had me bij het verzamelen helemaal niet gerealiseerd dat het zo persoonlijk zou worden. Ik vind mezelf als persoon namelijk helemaal niet zo interessant. Maar via je spullen kunnen mensen toch tot in je ziel kijken. Mijn verzameling is ook een kijkje in een bepaalde periode van mijn leven. Alsof je op iemands facebookpagina kijkt, of in iemands kleerkast. Zo ontstaat een soort tweede, normaal gesproken verborgen, ik. Mijn schaduwwereld van het afgelopen jaar.”

Interview | Robbert van Heuven