Interview met L’Amicale de Production

L’Amicale de Production | We'll cross the bridge once we get to the river

De conventies van het theater zijn immer het onderzoeksmateriaal van de inventieve Franse groep L’Amicale de Production. Na eerder Noorderzon te hebben verrijkt met een pretpark voor verveeld kantoorpersoneel en een originele lezing over originaliteit brengt de groep nu een voorstelling voor twee groepen tegelijk: het theaterpubliek in de theaterzaal en internetradioluisteraars thuis.

Theater is, net als bellen of een e-mail sturen, een vorm van communicatie. Er is een zender (de theatermaker of acteur) en een ontvanger (de toeschouwer) en als die toeschouwer iets van de boodschap van de maker wil begrijpen, moet hij zich enigszins in die theatermaker of in dat personage kunnen verplaatsen. De eigenzinnige theatermakers van L’Amicale de Production wilden graag een voorstelling over communicatie maken. Maar zij zouden L’Amicale de Production niet zijn als ze niet een bijzondere manier zouden vinden om vorm en inhoud van We’ll cross the bridge once we get to the river te laten samenvallen.

“Theater gaat altijd over empathie tussen de mensen op het toneel en die op de tribune”, legt theatermaker Antoine Defoort uit. “Met dat basisprincipe wilden we spelen”, vult zijn collega Mathilde Maillard aan. “Hoe kun je met de communicatie tussen toeschouwer en publiek spelen? Hoe kun je een voorstelling interactief maken?” Defoort: “We wilden de ‘empathische cirkel’ tussen toeschouwer en performer daarom iets complexer maken.”

Dissociatie

Dus voegden de theatermakers nog een groep toe: die van de internetluisteraars die op hun computer naar de voorstelling luisteren. Defoort: “We zijn dus met zijn drieën: het theaterpubliek kijkt in het theater naar ons verhaal, maar is zich ook bewust van die andere groep op een andere plek. Die groepen moeten een mentale projectie van elkaar maken en van de plek waar die anderen zich bevinden.” Hoe zien die mensen achter hun computer eruit? En wat zien de theaterbezoekers op het toneel? De verschillende groepen moeten zich dat tijdens de voorstelling proberen voor te stellen. Defoort: “Er bestaat in relatie tot hypnose zoiets als dissociatie: dat je lichaam en geest zich van elkaar loskoppelen. Je lichaam bevindt zich op de ene plek en je geest op de andere. Een dergelijk gevoel willen we oproepen.” Maillard: “Wij, als performers, zijn in die zin een soort mediums die die twee werelden bij elkaar proberen te brengen.”

Om dat mogelijk te maken speelt de groep op verschillende manieren met de drie-wegs-communicatie tussen de performers en de twee publieksgroepen. Zo nodigen ze de luisteraars uit om op verschillende manieren met de mensen in het theater te communiceren. Defoort: “We nodigen bijvoorbeeld iemand uit om ons in het theater te bellen. Maar het gesprek is stil. We horen in het theater dat er een connectie is, maar we spreken niet. Waardoor er een gevoel van verbondenheid kan ontstaan die je niet ziet.” Ook vragen ze de luisteraars om thuis een hut te bouwen. Dat kunnen de theaterbezoekers niet zien, maar als een hut af is, drukt de huttenbouwer op een knop op zijn computer, zodat er in het decor in het theater een nep-openhaard gaat branden. 

Echt echt

Zo ontstaan er twee verschillende shows, vertellen Maillard en Defoort: een collectieve in het theater en een onzichtbare eenpersoonsperformance in verschillende huiskamers. En het bleek nog een hele klus om die twee in elkaar te laten passen. Defoort: “We zochten naar de juiste balans van die dissociatie: tussen hier samen in het theater zijn en in gedachten bij die ander in de huiskamer en andersom.” Maillard: “De moeilijkheid van die balans is dat je niet wilt dat een van de twee groepen zich buitengesloten voelt vergeleken bij de andere groep. Ook al hebben de twee groepen een totaal andere ervaring, de voorstelling moet continu over hen allebei gaan.

Een ander probleem dat de groep na de eerste voorstellingen moest oplossen, was dat het theaterpubliek in eerste instantie niet geloofde dat de luisteraars echt waren. Defoort: “Dat was een probleem, want daar gaat de voorstelling nu juist over: dat je een connectie hebt met iemand die je niet kan zien, maar die wel echt bestaat. Zonder het geloof in die verbinding is de hele theaterervaring weg. Daarom proberen we al voor de voorstelling duidelijk te maken dat die verbinding echt echt is. Bijvoorbeeld in interviews als deze.” Maillard: “We moedigen mensen die een kaartje kopen ook aan om iemand uit te nodigen om thuis mee te doen aan dezelfde voorstelling. Zodat je je kan voorstellen dat ze bij dezelfde voorstelling zijn als jij. En je je dus meer met elkaar verbonden voelt.”