Interview Anne-Cécile Vandalem

Vroeger wilde ik de wereld fysiek veranderen. Maar uiteindelijk kom ik steeds weer bij de kracht van het denken en van de verbeelding uit. Daar gaat het me om.

- Anne-Cécile Vandalem

Ze wordt beschouwd als een van de meest talentvolle Europese jonge theatermakers. Goede reden dus om de Belgische Anne-Cécile Vandalem niet met een, maar zelfs met twee bijzondere voorstellingen op Noorderzon te presenteren: After the Walls (UTOPIA) en Michel Dupont. In beide voorstellingen spelen muren en de menselijke verbeelding een belangrijke rol. “Uiteindelijk kom ik altijd bij de kracht van de verbeelding en van het denken uit. Daar gaat het me om.”

Als je denkt over de verhouding tussen de menselijke verbeelding en muren – de twee terugkerende thema’s in het werk van Anne-Cécile Vandalem -, dan kom je al snel uit bij degene die van het verbeelden van muren zijn werk heeft gemaakt: de architect. Het is dan ook niet geheel toevallig dat een architect de hoofdrol speelt in haar voorstelling ‘After the Walls (UTOPIA)’. Die architect roept tijdens de voorstelling de mensen op om na te denken over een nieuwe inrichting van de wereld. Vandalem: “Hij vertelt ons dat hij zelf geen plannen heeft, ook al wil hij de stem van de gemeenschap zijn. Dat moeten wij doen.”

Toch is de architect geen utopist. Er schuilt iets gevaarlijks in zijn leiderschap. Dat is bewust, vertelt Vandalem. “Zelf zegt hij: ik ben geen architect, ik ben een oplichter. Ik vertel je niets en ik leid je niet. Maar dat doet hij natuurlijk wel. Hij doet dat wel slim: hij is een showman. Datzelfde zie je terug bij goeroe’s of bij scientology. Die zeggen ook: ik vertel je niets wat je nog niet weet, ik open alleen je ogen. Dat maakt hem inderdaad gevaarlijk. Welke gevolgen zijn leiderschap heeft, wil ik laten zien in het tweede deel van dit tweeluik dat ik later maak: DYSTOPIA.”

Anti-utopie

Voor Vandalem is een utopie dan ook niet alleen maar iets goeds, zegt ze. Utopieën leiden vaak tot anti-utopieën. “Die dystopie, die andere kant van de medaille, interesseert me. Die ontstaan als er te weinig over de utopie wordt nagedacht, als hij te snel of niet goed wordt uitgevoerd. Dat zie je door de geschiedenis heen gebeuren. Denk aan de modernistische stad die Baron Haussmann van Parijs wilde maken. Dat was misschien een mooie utopie, maar daarvoor moesten grote delen van de stad gesloopt worden, terwijl daar wel mensen woonden wiens leven werd verwoest. Of denk aan de grote groepen Chinezen die in naam van de vooruitgang hun huizen vernietigd zien worden. Ik wil het verschil laten zien tussen een idee en de concretisering daarvan. Daarin is de architect – ondanks zijn grote ideeën over een nieuwe samenleving – wel erg naïef. ”

Dat wil niet zeggen, denkt Vandalem, dat we niet na moeten denken over een betere of andere wereld. “We denken te vaak dat de wereld af is. We denken niet meer aan de toekomst, we leven in het nu en dag voor dag. We weten wel dat er allerlei crises dreigen, maar daardoor denken we misschien nog wel minder aan de toekomst. Als mensen ervan overtuigd zijn dat er geen hoop is, gaan ze consumeren. Dat is gevaarlijk, want daarmee stormen we op een muur af.” De menselijke verbeelding, denkt Vandalem, kan door die muur heen breken. “Muren kunnen stuk. We moeten af van het idee dat er niets kan veranderen.”

Kelder

De kracht van de verbeelding om muren af te breken speelt ook een grote rol in de ervaringsvoorstelling Michel Dupont. Het is een voorstelling zonder acteurs die van de toeschouwer vraagt zijn eigen verbeelding in te zetten. Vandalem: “De hoofdpersoon is opgesloten in een grot of een kelder. Ze heeft geaccepteerd dat ze fysiek niet naar buiten kan, maar met haar verbeelding lukt haar dat wel. Ze breekt met haar verbeelding door de muren.” Vandalem baseerde Michel Dupont op de ervaringen van vrouwen die lange tijd opgesloten hebben gezeten, zoals de Oostenrijkse Natascha Kampusch. “Ze zeggen allemaal: ik moest iets doen om niet gek te worden, dus gebruikte ik mijn fantasie. Natascha Kampusch maakte reizen in haar hoofd of verzon hele recepten voor zichzelf.”

Door de voorstelling te baseren op geluid en de toeschouwer in een donkere ruimte neer te zetten, probeert Vandalem die toeschouwer in de positie van de hoofdpersoon te plaatsen. “Zij zit ook in het donker en heeft de beelden alleen in haar hoofd. Dat wilde ik de toeschouwer ook laten ervaren. Er zijn alleen driedimensionale geluidsbeelden met stemmen en geluid die we maken met speciale speakers. Het is aan de toeschouwers om daar hun eigen beelden bij te maken.”

Het verbeelden van nieuwe werelden – of ze nou alleen in je hoofd bestaan of in het echt – blijkt dus nog een rode draad die Vandalems voorstellingen verbinden. “Daar doe ik als theatermaker ook. Ik maak fictie. Vroeger wilde ik de wereld fysiek veranderen. Maar uiteindelijk kom ik steeds weer bij de kracht van het denken en van de verbeelding uit. Daar gaat het me om.” 

Tekst | Robbert van Heuven