Interview Aurélien Bory | Sans Objet

Ik probeer in mijn voorstelling een grote ruimte open te laten voor het publiek die het zelf kan invullen met zijn eigen ideeën, zijn eigen referentiekader en alles wat het dan ook maar gebruikt om een eigen betekenis te geven aan wat het ziet.

- Aurélien Bory

Op het werk van de Franse groep Cie111 is niet direct een etiketje te plakken, behalve dat het uitermate spectaculair is. Het zet bovendien de gedachten over de relatie tussen mens en machine op scherp. Regisseur Aurélien Bory vindt het wel prettig dat zijn werk zo moeilijk te vangen is.

Je werkt op het snijvlak van theater, performance en circus. Maakt dat het niet ingewikkeld voor een publiek?

Niet weten wat je gaat zien, is een van de beste manieren om naar het theater te gaan. Anders gezegd: met een open geest, zonder vooroordelen, open staan voor iets nieuws. Ik probeer in mijn voorstelling een grote ruimte open te laten voor het publiek die het zelf kan invullen met zijn eigen ideeën, zijn eigen referentiekader en alles wat het dan ook maar gebruikt om een eigen betekenis te geven aan wat het ziet. Op die manier kun je ook de boel opschudden, de verbeelding stimuleren. Om dat te bereiken haal ik graag dingen uit hun normale context. Dat was ook het basisidee van Sans Objet. Om een oude fabrieksrobot uit zijn fabriek te halen en hem op het toneel te zetten. In zijn eigen context is heeft hij een logisch nut, dat hij verliest als hij op het toneel staat. Hij wordt schijnbaar nutteloos, zonder doel en daardoor verandert ons beeld van hem. 

Je hebt het vaak over je performers als acteurs, terwijl ze nooit spreken.

Als ik het heb over een acteur, dan denk ik aan actie. Een acteur is iemand die een actie, een handeling verricht. In Sans Objet gebruikt de acteur zijn lichaam als instrument voor die actie. Die handelingen zijn de basis voor de dialoog die de acteurs hebben met de robot, die net zo goed een lichaam heeft, en een arm, en zes assen, waardoor die arm in alle richtingen kan bewegen. Ik denk dat alle handelingen mogelijk zijn op het toneel en dat er geen hiërarchie is waarin tekst belangrijker zou zijn dan welke andere handeling dan ook.

In Sans Objet domineert de robot het toneel. Hij vormt altijd een potentieel gevaar voor de acteurs. Wat zegt dat over relatie tussen mens en techniek?

Ik probeer in mijn voorstellingen de mensen altijd een confrontatie aan te laten gaan met de ruimte of met een object dat ik in die ruimte plaats. In dit geval kan het object ook nog bewegen en handelen. Het levende en het niet-levende kruisen elkaar op het toneel, gaan een relatie met elkaar aan. En de relatie die we hebben met technologie, met robots is complex. We houden van techniek, gebruiken het, net zo goed als dat we het haten en proberen te vermijden. Techniek verandert onze relatie met de wereld. Niet dat je je daar zorgen over zou moeten maken. Maar we leven in een tijd die het onmogelijk maakt ons onze toekomst voor te stellen. Onze ideeën over vooruitgang of techniek die we over het jaar 2000 hadden, bleken uiteindelijk niet te kloppen.

In de voorstelling is die relatie tussen mens en techniek zowel geestig als angstaanjagend.

Ja. Ik probeer altijd grote contrasten aan te brengen in mijn voorstellingen. Humor werkt heel goed als tegenkleur ten opzichte van sterke, theatrale beelden. Ik ben niet zozeer op zoek naar de lach, maar probeer met humor spanning te verlichten. Ik plaats mijn acteurs in zeer oncomfortabele, onstabiele en ongewone situaties. Maar dat heeft ook weer iets heel erg burlesks, iets wat je eigenlijk niet serieus kan nemen.

Dit artikel is een bewerking van een interview van Christophe Lemaire met Aurélien Bory.
Bewerking | Robbert van Leuven