Interview Barbara Matijević en Giuseppe Chico | Forecasting

We hebben geprobeerd van de diversiteit zoveel mogelijk te laten zien in de voorstelling: van het alledaagse banale tot de merkwaardige relatie die mensen hebben met objecten, platen en vooral dieren. 

- Giuseppe Chico en Barbara Matijević (makers van Forecasting)

Het internet is een onuitputtelijke bron van inspiratie. In ieder geval voor Barbara Matijević en Giuseppe Chico van 1er Stratagème. Ze maakten een voorstelling waarin theater en YouTube naadloos in elkaar overlopen. “Er gaan op YouTube opvallend veel filmpjes rond over de relatie tussen mens en dier.”

 De realiteit is vaak veel maffer, dan je ooit zelf had kunnen verzinnen. Vandaar dat Barbara Matijević en haar collega Giuseppe Chico internet zo’n interessant medium vonden om als uitgangpunt te gebruiken voor hun voorstellingen. “De gevonden voorwerpen die je op internet vindt, kun je in het theater op verschillende manieren opnieuw gebruiken”, vertelt Matijević. “Dat kan heel interessant theatraal materiaal opleveren.”

Vanuit de interesse voor het internet als bron voor materiaal ontstond een trilogie. In de eerste voorstelling  I am 1984 combineerden de makers internetweetjes over het jaar 1984 met de autobiografie van Matijević die in 1984 zes jaar was. Maar net als op het internet begon op een gegeven moment door elkaar te lopen welke informatie uit 1984 nu echt was en welke niet. De voorstelling Tracks was volledig gebaseerd op geluid dat de twee vonden op het internet. Van die geluiden maakten ze soundtracks die ze loslieten op de toeschouwer.

Levensgroot

Naast losse informatie en geluid is in Forecasting het internetfilmpje het onderwerp. En ook daarin speelt de grens tussen echt en niet-echt een belangrijke rol. Dat idee wordt benadrukt doordat de voorstelling vooral een choreografie is tussen Matijević en de computer, waarin ze steeds deels lijkt te verdwijnen. Alle filmpjes die getoond worden hebben Chico en Matijević van YouTube gehaald. Matijević: “De bron waaruit we putten was feitelijk oneindig. Duizenden hebben we er gezien, terwijl we misschien maar honderd in de voorstelling gebruiken. We waren wel gehouden aan een paar technische grenzen. De beelden moesten ten eerste levensgroot zijn. Ik moest er immers met mijn lichaam in kunnen passen. En de kwaliteit moest goed genoeg zijn om in een voorstelling te kunnen gebruiken.”

Zo ontstond een catalogus van internetbeelden, gesorteerd op de lichaamsdelen – hoofden, handen, voeten, armen – die een rol spelen in het filmpje. Matijević: “Van daaruit zochten we naar de beste manier en de beste volgorde om de video’s te laten zien. Daarin speelt de dramaturgie van de voorstelling een belangrijke rol. Soms wilden we de voorstelling een bepaalde kant opsturen, maar ontbraken in onze catalogus de bijpassende video’s. We werden dus behoorlijk geleid door de filmpjes en door het toeval. Tegelijkertijd was het heel erg leuk om onverwachte connecties te vinden tussen films die niets met elkaar te maken leken te hebben. Het internet controleerde het maakproces dus net zo goed als wij het internet.”

Net als autorijden

Vervolgens moest vanuit die filmpjes een choreografie ontstaan, waarin Matijević haar eigen bewegingen en de geselecteerde filmpjes moest combineren en dat bleek nog niet zo makkelijk. “Bovendien moet ik ook nog de computer kunnen vasthouden. Dat maakte het creëren van een choreografie extra complex: hoe moet ik mijn lichaam en de computer op een fluïde manier bewegen, zodat ik het contact met het publiek niet verlies? Hoewel de voorstelling nauwelijks dans is, is de choreografie veel preciezer dan menig dansvoorstelling waarin ik heb gestaan. Wat mensen zich niet beseffen is dat ik de filmpjes zelf niet kan zien. Ik heb alleen de achterkant van de computer om mijn bewegingen op de oriënteren. Het duurde even tot ik als performer de voorstelling onder de knie kreeg, waardoor ik niet alleen de bewegingen technisch goed kan uitvoeren, maar ook nog eens echt kan spelen en voorstelling meer organisch kan maken.” Lachend: “Ik wil niet opscheppen, maar ik ben er eigenlijk heel erg goed in geworden. Het is net als autorijden: als je de techniek eenmaal door hebt, dan kun ondertussen andere dingen gaan doen, zoals met je buurman praten.”

Hoewel het immersieve effect van een danser die in een computer lijkt te verdwijnen een belangrijke rol speelt, is de voorstelling meer dan een trucje, vinden de makers. Zo wilden ze graag laten zien hoe groot op internet de kloof kan zijn tussen echt en niet-echt. Matijević: “We beginnen met filmpjes die een tutorial zijn. Mensen die onder hun echte naam, en volledig in beeld hun kennis delen van het breken van een ei tot het verwisselen van een harde schijf. Ze communiceren direct met de onbekende kijker. Maar er zijn ook mensen die het internet gebruiken om een virtueel persona te creëren. Ze zijn slechts deels in beeld in een goed bedacht frame. Of je hoort alleen hun stem en ziet door hen gescripte beelden. Die virtuele personages tonen wij dan weer op het podium.” 

‘Die filmpjes zijn niet echt, die hebben jullie zelf verzonnen’, krijgen Chico en Matijević vaak te horen na de voorstelling. Dat is echt niet zo, bezweert Matijević. “Dan leg ik uit dat elke rare video slechts een topje van de ijsberg is van allerlei vergelijkbare filmpjes. Het is onwaarschijnlijk hoeveel er op YouTube te vinden is. We hebben geprobeerd van die diversiteit zoveel mogelijk te laten zien in de voorstelling: van het alledaagse banale tot de merkwaardige relatie die mensen hebben met objecten, platen en vooral dieren. Het is opvallend hoeveel filmpjes er op internet gaan over de relatie tussen mens en dier. “