Interview Charles Hens | Deep Water

Het is heel fijn om eens aan de slag te kunnen zonder kaders van een regisseur of dirigent.

- Charles Hens

Vaak zingt tenor Charles Hens met een groot orkest of in een opera met een grote groep andere zangers. Maar in zijn eigen operamonoloog Deep Water staat hij als enige zanger op het toneel, begeleid door een accordeonist. “Het is heel fijn om eens aan de slag te kunnen zonder kaders van een regisseur of dirigent.”

Het is geen aangename man, de visser Peter Grimes, hoofdpersoon van gelijknamige opera van de Britse componist Benjamin Britten. Het is een agressieve vissersman onder wiens leiding een bootjongen de dood vindt. Bij gebrek aan bewijs wordt Grimes vrijgesproken. Desalniettemin wordt hij de outcast van het dorp. De opera fascineerde Charles Hens al een tijdje mateloos. Hens: “Ik vind de muziek van Britten fabelachtig mooi. De opera hield me dus al een tijd bezig. Maar bovendien vond ik het onderwerp van de opera heel interessant.”

Stemmen uit het verleden

De interesse verdiepte zich toen Hens de gedichtenbundel The Borough las van George Crabbe, waarop Britten zijn opera baseerde. “Bij Britten wordt nogal in het midden gelaten of de dood van de bootsjongens opzet is of een ongeluk. Crabbe is veel explicieter. Daarin is Grimes echt een slechte man, een agressieveling en een alcoholist. Toen ik die gedichten las ontstond het idee om met de twee materialen samen aan de slag te gaan. In het gedicht van Crabbe staan Grimes laatste woorden voor hij sterft, een warrig stervensdilerium. Die hebben we gebruikt als dramaturgische lijn.” Vanuit dat delirium komen herinneringen aan het verleden boven en stemmen uit het verleden. De stemmen van de andere dorpsbewoners, bijvoorbeeld. Die ingreep stelde Hens in staat om niet alleen de zangpartijen van Grimes te zingen, maar ook andere delen uit de opera. Hens: “Zonder die andere partijen zou het een stuk minder interessant zijn. Het zou vooral een auditie lijken voor de rol van Grimes.”

Hens en accordeonist Peter van Os zochten daarom naar fragmenten van de opera die binnen dit idee pasten. De accordeonist moest vervolgens van de orkestpartijen een nieuw arrangement maken. “Je zoekt naar wat er minimaal nodig is om de zang te ondersteunen. Maar je luistert ook naar hoe het orkest daar klinkt en hoe je die muzikale lijnen in de accordeon naar boven kunt krijgen. Je kunt immers met zijn tweeën geen orkest imiteren. We hebben geprobeerd steeds de kern naar boven te krijgen. Zo kom je spelenderwijs tot een bewerking.”

Vaste kaders

Het is voor een zanger enorm prettig om eens zelf met lievelingsmateriaal aan de slag te kunnen, vertelt Hens. “Normaal zit je toch vast in de kaders die een regisseur van een opera of een dirigent je meegeeft. Natuurlijk kan die regisseur of dirigent enorm inspirerend zijn en je helpen nieuwe lagen in een operarol te vinden. Maar toch: je speelt een enkele rol en dat is het. Nu speel ik allerlei rollen: die van Grimes, van het koor, van de dorpsbewoners. Het geeft verdieping dat ik verschillende kanten kan laten zien van mezelf en van de personages. Ik ben even los van de vaste kaders van de operawereld.”

Los van het plezier om buiten de kaders te kunnen spelen en zijn liefde voor het verhaal en de muziek, speelt voor Hens ook een grote interesse in de thematiek mee die zich ophoudt in de werken van Crabbe en Britten. De thematische draad daarin is het geweld dat mensen tegen anderen gebruiken om zelf gelukkig te worden, terwijl dat geluk al onder handbereik is. In het verhaal van Peter Grimes zijn het vooral kinderen die daar het slachtoffer van worden. Hens: “Het meest tragische is dat Grimes verliefd is op de lerares van het dorp, de enige die aardig tegen hem is. Hij droomt ervan om voor haar een huis te bouwen waar ze kinderen zouden kunnen krijgen. Maar om dat te bereiken moet hij de zee op om te vissen. Hij haalt wezen uit het weeshuis om hem te helpen als bootsjongens die hij vervolgens enorm slecht behandeld. Hij is gewelddadig tegen kinderen die hij ook liefde en aandacht had kunnen geven. Zijn geluk is helemaal niet ver weg. Het ligt binnen handbereik. Grimes ziet dat niet en daardoor sterven die kinderen, waardoor hij door het dorp wordt uitgekotst en zijn geluk voor altijd uit het zicht verdwijnt. Voor mij is het verhaal van Grimes een metafoor voor iets dat je vaak ziet: dat mensen het geluk niet zien dat onder hun neus ligt. Ze stellen vervolgens alles in het werk om geluk te bereiken. En dat leidt niet zelden tot geweld tegen kinderen.”

Tekst | Robbert van Heuven