Interview Halory Goerger | Germinal

Germinal laat op een fascinerende manier zien dat een beschaving stichten en een theatervoorstelling maken eigenlijk helemaal niet zo gek veel van elkaar verschillen.

- Halory Georger (een van de regisseurs)

Als je de wereld opnieuw mocht uitvinden, hoe zou je dat dan doen? Die fascinerende, maar veelomvattende vraag is het uitgangspunt van de voorstelling Germinal van performancekunstenaars Halory Goerger en Antoine Defoort. Samen en alleen maakten eerder al verschillende performances en installaties, waarvan er een aantal al eerder op Noorderzon te zien waren. Het werd weer tijd om samen te werken, vonden ze.

Een leeg toneel

“Het leek ons goed”, vertelt Goerger, “om eens helemaal bij nul te beginnen. Eigenlijk doen we dat bij elk project. Omdat we steeds met nieuwe mensen werken die weer nieuwe methoden en interesses meebrengen, is geen werkproces hetzelfde. Het onderzoek dat het maken van elke performance of installatie is, wilden we vertalen naar het toneel.” En dus begint Germinal met hetgene waarmee elke repetitieperiode in het theater mee begint: een leeg toneel.

Geen rommel, dit keer

Werken vanuit helemaal niets, was nieuw voor de twee kunstenaars, vertelt Goerger. “Normaal werken we vanuit het materiaal. Dan verzamelen we rommel en maken daar muziekinstrumenten van om eens wat te noemen. Nu begonnen we vanuit een abstract idee. Wat ook nieuw voor ons is, is dat het een echte theatervoorstelling is, met andere acteurs en een uitgeschreven tekst, waarbij we niet als onszelf op het toneel staan. Al zijn de personages wel op ons gebaseerd.” Lachend: “In de voorstelling ben ik een verveeld type dat altijd zeurt, maar in het echt ben ik een heel aimabel persoon.”

France Distraction

Het vullen van een leeg toneel met betekenisvolle inhoud bleek geen makkelijke klus. De voorbereidingen van Germinal kostten Defoort en Goerger twee jaar. Goerger: “Dat had ten eerste te maken met het feit dat de voorbereidingen gelijk op liepen met het maken van de installatie France Distraction die we dit jaar ook op Noorderzon tonen. Maar het is ook hoe wij werken: we werken altijd erg langzaam. We hebben twee jaar lang vooral gelezen en gepraat. Van daaruit ontstonden langzaam mogelijke scènes die we uitschreven. Pas in de laatste maand kwamen de andere acteurs, Arnaud Boulogne, Ondine Cloez, erbij om een selectie van die scènes op de vloer uit te werken. In onze computer staat overigens nog genoeg materiaal om nog twee voorstellingen te maken.”

'De geschiedenis van bijna alles'

Tijdens hun zoektocht naar materiaal raakten Goerger en Defoort geïnteresseerd in wat je het beste ‘de geschiedenis van bijna alles’ zou kunnen noemen. Goerger: “Er is een tak van de geschiedschrijving die zich niet bezig houdt met kleine deelgebieden, maar die juist de samenhang der dingen onderzoekt. Hoe komt de ene ontwikkeling voort uit de ander? Als je zo naar de geschiedenis kijkt, is een zekere simplificering nodig. Een simplificering die ons weer heel erg deed denken aan computerspelletjes zoals Civilization waarmee je een eigen samenleving bouwt. Boeren ontwikkelen zich daarin in burgers, burgers in soldaten. Techniek ontwikkelt zich in logische stappen. Uiteindelijk zochten we naar eenzelfde soort simpele stappen in de voorstelling om de lijn te laten zien waarlangs de beschaving zich heeft ontwikkeld.” En zo laat Germinal op een fascinerende manier zien dat een beschaving stichten en een theatervoorstelling maken eigenlijk helemaal niet zo gek veel van elkaar verschillen.

Toch rommel!

Dat (her)uitvinden van de beschaving blijkt in Germinal een vrij rommelige aangelegenheid. Wat begint met een leeg toneel, ontaardt door toedoen van de hevig scheppende en toneelspelende acteurs in een behoorlijke puinhoop. Is een beschaving beginnen altijd zo rommelig? Goerger: “Heb je wel eens gekeken hoe de aarde er op dit moment bijstaat? Wat we laten zien, is volgens ons niet veel anders dan wat er buiten het theater gebeurt. Daar komt bij dat we er gewoon van houden om er een puinhoop van te maken. Voor ons doen, hebben we ons zelfs nog ingehouden.”


Tekst | Robbert van Heuven