Interview met 600 HIGHWAYMEN

600 HIGHWAYMEN | The Fever

In Employee of the Year stonden er vijf elfjarige meisjes op het toneel van het Grand Theatre. In The Record speelden 45 Groningers een rol. En in The Fever speelt het publiek zelf de hoofdrol. Theatermakers Abigail Browde en Michael Silverstone spelen in hun voorstellingen graag met de vraag hoe we naar ‘gewone’ mensen kijken. “The Fever is wat je er als toeschouwer zelf van maakt.”

“Het is niet zo dat we per se met echte mensen willen werken”, zegt Abigail Browde. “Echte mensen komen steeds in onze voorstellingen terecht.” Desondanks heeft het New Yorkse duo inmiddels ruime ervaring met het werken met amateurs. In de eerdere voorstellingen die de twee op Noorderzon toonden (The Record en Employee of the Year) speelden ook mensen mee die niet als acteur waren getraind. De twee zien theater, zo vertelden ze eerder, als een ideale plek om een ander te ontmoeten, omdat je je immers in dezelfde ruimte bevindt als de spelers. Juist door de spelers niet te laten acteren, wordt die ontmoeting meer authentiek. 

In The Fever zijn er helemaal geen acteurs meer. De aanwezige publieksleden zijn zelf de spelers. Hoe dat precies in zijn werk gaat, willen Browde en Silverstone nog niet verklappen. Alleen dat theaterervaring niet vereist is. Browde: “Iedereen is welkom van elke leeftijd en van elke afkomst. Je hoeft van te voren niets te weten of ervaring te hebben.”

Puzzelstukjes

Toch was het in eerste instantie helemaal niet de bedoeling dat er sprake zou zijn van publieksinteractie, zegt Browde. “Na een aantal keer met amateurs te hebben gewerkt, vroegen we ons af hoe we als kunstenaars nog interessante vragen konden blijven stellen, zonder onszelf te herhalen.” Daarom zochten ze hun inspiratie in een expliciet andere hoek en wilde het duo Le sacre du printemps van Stravinsky als uitgangspunt nemen voor een nieuwe voorstelling. Browde: “Het ging ons niet om het mensenoffer of om het geweld waarmee het stuk eindigt. Dat past ook niet bij ons. Maar waarom willen we dit dan wel doen, vroegen we ons af. We kwamen er niet uit.”

Ondertussen reisden Browde en Silverstone de wereld rond met hun voorstellingen en keken met een zekere afstand naar wat er in hun thuisland gebeurde. Browde: “Op reis heb je toch een ander perspectief op de dingen. Ineens viel ons op wat er allemaal niet aan de oppervlakte kwam, wat eerder verborgen was geweest, zoals politiegeweld en racisme.” Silverstone: “Nadat we de derde keer de New York Times opensloegen en een zwart slachtoffer van politiegeweld in een park zagen liggen, begonnen we te snappen waar Le sacre du printemps voor ons over ging: over politiegeweld, over witte angst, over je kunnen inleven in een ander.” Browde: “Hoe kijk je naar de ander die je niet kent? Heb je daar empathie voor? Toen vielen de puzzelstukjes in elkaar.”

Dat het publiek in het project een rol ging spelen, was eigenlijk stom toeval, vertelt Browde. Omdat ze een nieuwe inhoudelijke richting hadden gekozen, werd het materiaal dat er al wel was weggegooid. Maar inmiddels stond er een toonmoment voor publiek op de agenda en dat was uitverkocht. “Daar werden we enorm nerveus van. Maar toen dachten we: we hebben een lege ruimte en op een bepaalde tijd staat daar zestig man. Laten we hen vragen om de voorstelling met ons te maken. Toen vielen vorm en inhoud ineens in elkaar.” Zo ontstond een onderzoek naar wat de theatermakers eigenlijk allemaal wel niet aan het publiek kon vragen. Browde: “En we kwamen er achter dat we het publiek niet konden vragen mee te doen, als we dat zelf niet zouden doen. De voorstelling is een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Verantwoordelijkheid

Precies die verantwoordelijkheid is dan ook waar The Fever over gaat, denken Browde en Silverstone. Silverstone: “Het gaat ons om het meedoen. The Fever is dat wat je er als toeschouwer van maakt. Dat werkt zo in het theater, maar ook daarbuiten waar je een burger bent. Hoe draag je bij? Hoe help je anderen? Hoe zorg je voor verandering? Hoe verantwoordelijk ben je eigenlijk voor hoe de dingen gaan? Dat zijn soms heel ongemakkelijke vragen.” Browde: “Er schuilt immers een zeker risico in de antwoorden. Het is iets anders of je alleen blijft zitten kijken, of dat je het aandurft om mee te doen. Die ongemakkelijkheid is deels het materiaal van de voorstelling.” Silverstone: “Het is hetzelfde gevoel als je bij een protest komt waar je niemand kent. Het voelt ongemakkelijk tot je in het protest opgaat. Het gaat om het samen zijn en niet om jouw ego.”

De voorstelling was al gemaakt voor Trump tot president werd gekozen, maar het heeft The Fever alleen maar relevanter gemaakt, denken de twee. Silverstone: “Het theater is de veilige plek om zit soort vragen te stellen. In The Record toonden we de schoonheid van de mens, het was een soort utopia. Dat is The Fever zeker niet. We hebben nu vooral het gevoel dat er voor deze tijd een zekere vorm van reparatie nodig is.”