Interview met Julian Hetzel

Julian Hetzel | Schuldfabrik

Met Schuldfabrik creëert de Duitse kunstenaar Julian Hetzel een hippe zeepjeswinkel, waarmee hij vragen stelt over het verband tussen morele schuld, consumentisme en ontwikkelingssamenwerking. “In veel gevallen profiteer je als consument van je schuldgevoel.”

Schuld. Zowel in het Duits als in het Nederlands heeft dat woord een dubbele betekenis. Je kan een schuld bij iemand hebben uitstaan die je nog moet betalen. Of je kunt schuldig zijn, omdat je iets slechts hebt gedaan. Schuld kun je dus zowel in economische als morele zin opvatten. De Duitse kunstenaar Julian Hetzel vindt die dubbelzinnigheid fascinerend, vertelt hij.  Hij wijst daarbij op de Griekse schuldencrisis. “Dat conflict ging niet alleen over geld. Dat ging over de relatie tussen Zuid - en Noord-Europa.” Kortom, over de morele plicht die het zuiden ten opzichte van het noorden zou hebben om zijn schulden te betalen.

Moderne Aflaat

Wat Hetzel aan die dubbelzinnigheid het meest interesseert, zegt hij, is dat we neoliberale en morele systemen blijkbaar niet meer los van elkaar kunnen denken. “We hebben geleerd die twee dingen in elkaars verlengde te zien. Zo worden we groot gebracht. Ik ben Duitser, blank, en christelijk. Dat is een complexe starter kit. Ik ben me bewust van mijn geprivilegieerde positie. Het brengt een schuldgevoel voor die positie met zich mee. Maar wanneer zet je dat schuldgevoel, dat bewustzijn van je positie, om in verantwoordelijkheid?”

Dat doen we, zegt Hetzel, op de enige manier die we kennen: door dingen te kopen. We kopen duurzame producten, we geven donaties. Bedrijven die moreel twijfelachtige dingen doen, meten zich een verantwoordelijk imago aan. “Het zijn moderne vormen van de katholieke aflaat, waarmee je vroeger je religieuze schulden afkocht. In veel gevallen profiteer je als consument van je schuldgevoel: je hebt niet alleen iets goeds gedaan, maar ook een mooi product gekocht.”

Zijn installatie Schuldfabrik probeert die thematiek in een kunstwerk te vangen. De bezoeker komt binnen in een hip zeepwinkeltje, krijgt een rondleiding langs het maakproces van de zeep en leert hoe met de opbrengst van de verkoop van de zeepjes waterputten in Malawi worden geslagen. Alleen worden de verkochte zeepjes niet van biologische plantaardige olie gemaakt of iets anders verantwoords. Ze worden geproduceerd van menselijk vet. Hetzel: “Dat vet staat natuurlijk voor overdaad, maar ook voor het slecht zorgen voor je lichaam. In het Duits heten zwembandjes ‘heupgoud’. Ik wilde schuld inderdaad zien als een grondstof die te mijnen viel. Hoe kun je iets negatiefs omzetten tot positief materiaal? En: kun je schuld ook financieel uitbuiten? Schuldfabrik is duurzaam ondernemen als kunstvorm. Zeep is dan natuurlijk interessant, omdat je er je handen mee in onschuld kunt wassen.”

Moreel Kompas

Dat klonk als een goed plan, maar het was makkelijker bedacht dan uitgevoerd. Menselijk vet is immers niet bij de zeepjesgroothandel verkrijgbaar. Hetzel: “Een deel van ons budget ging op aan advocatenkosten, omdat je juridisch niet zomaar alles met menselijk weefsel mag doen. Een patiënt mag zijn weefsel bijvoorbeeld niet verkopen, maar hij mag het wel schenken.” Dus werd er een schenkingsovereenkomst opgesteld en via een paar liposuctieklinieken werden er patiënten bereid gevonden om materiaal af te staan. “Anders zouden de klinieken het weggooien. Zij vonden dat idee van upcyclen van restmateriaal een interessant idee.”

Het vinden van menselijk vet was dus geen sinecure. Waarom was het voor Hetzel toch zo belangrijk dat de zeepjes daar echt van waren gemaakt? Je kunt toch ook doen alsof? Hetzel: “Ik heb eerder een voorstelling gemaakt met daklozen. Daar kun je ook een acteur voor nemen, maar dan wordt het toch iets heel anders. Het is dan immers niet echt het eigen leven van die acteur. Daarmee mis je een groot deel van dat verhaal. Je verliest met die authenticiteit een scherp randje.”

Dat is ook waarom hij zo graag documentaire-kunst maakt: kunst met de werkelijkheid als beginpunt. “Er is zoveel interessant materiaal in de wereld dat ik zelf nooit zou kunnen verzinnen. Voor elk project verdiep ik me in een nieuw onderwerp en word ik een klein beetje een expert op een bepaald gebied. Daardoor begrijp ik de wereld elke keer een klein beetje beter. Bovendien krijg ik zo toegang tot echte mensen, in plaats van dat ik me opsluit in een donkere repetitieruimte.” Die interactie is voor hem belangrijk, zegt hij. “Het is net een soort sonar. Hoe meer ik uitzend, hoe meer ik van anderen terugkrijg. Wat ik denk dat normaal is, is het voor anderen niet. Zo krijg ik mijn morele kompas in beweging. Wat ik denk dat het noorden is, is niet altijd het noorden.”

Door de vermenging van feit en fictie gaat hoopt hij niet alleen aan zijn eigen morele kompas te morrelen, maar ook aan het verantwoordelijkheidsgevoel van de bezoeker, zegt hij. Verantwoordelijkheid is dan ook een terugkerend thema in Hetzels werk. “Hoe gaan we om met de kennis die we hebben? Wanneer handelen we? Toch wil ik niet met een moreel vingertje zwaaien. Liever dompel ik de bezoeker onder in een ervaring, waar ze dan zelf vragen bij kunnen stellen.” Hoewel niet iedereen dezelfde vragen blijkt te stellen. Hetzel: “In Oostenrijk vond iemand Schuldfabrik een fantastisch start-up idee. Hij wilde het wel zakelijk helpen uitrollen. Hij vergat dat het een kunstproject was.”