Interview met Mariano Pensotti

Mariano Pensotti | Arde brillante en los bosques de la noche

De Argentijnse theatermaker Mariano Pensotti speelt graag met verschillende genres. In zijn alom geprezen voorstelling Cineastas – eerder ook te zien op Noorderzon – paste hij principes uit de film toe op het theater. In zijn nieuwe voorstelling Arde brillante en los bosques de la noche wisselen poppenspel, theater en film elkaar af. “Ik begeef me graag op nieuw terrein.”

“De spelers waren stomverbaasd toen ik ermee aankwam”, lacht Mariano Pensotti. Hij doelt op het moment dat hij de acteurs van zijn voorstelling Arde brillante en los bosques de la noche vertelde dat hij hen ook als poppenspelers in wilde zetten. “Het zijn geen professionele poppenspelers. Maar ik denk het een artistieke meerwaarde kan hebben om het je spelers moeilijk te maken. De uitdaging, het risico, het feit dat je de acteurs met hun eigen lichamen ziet worstelen en met een verkleinde versie van zichzelf, waren voor mij belangrijk.”

Onze verhouding tot ons lichaam en dat van anderen is dan ook een belangrijk onderwerp in Arde brillante… Uitgangspunt was voor Pensotti de Russische revolutie in 1917, maar vooral de rol van Alexandra Kollontai daarin. Kollontai (1892-1952) was een revolutionaire en feministe. Pensotti: “Dankzij haar was er tijdens de revolutie aandacht voor progressieve ideeën, zoals meer gelijkheid voor vrouwen. Ze had interessante ideeën over de relatie tussen klassenstrijd, de feministische strijd en het vrouwelijk lichaam. Dat is nu misschien wat gedateerd, maar toen was dat er vooruitstrevend.” Gebaseerd op haar ideeën wilde Pensotti daarom een voorstelling maken waarin ook de relatie tussen het feminisme, het lichaam en revolutie wordt gelegd.

Veranderende vormen

In de voorstelling krijgt een universitair docente die al jaren over de Russische revolutie doceert moeite met de burgerlijkheid van haar bestaan. Tijdens de crisis die dat oplevert bezoekt ze een theatervoorstelling over een Europese vrouw die na meegevochten te hebben met socialistische guerrilla’s in Zuid-Amerika weer terug naar Europa gaat. De revolutionaire gaat naar de bioscoop waar ze een film ziet over een journaliste die om haar promotie te vieren naar een vakantieoord gaat waar het seksuele entertainment wordt verzorgd door de arme nakomelingen van Russische emigranten. De voorstelling is dus een film in een theatervoorstelling in een poppentheatervoorstelling. Pensotti: “Het zijn losstaande verhalen, gespeeld door dezelfde acteurs. Toch worden de personages in de verhalen beïnvloed door de voorstelling of film die ze zien. Zo beïnvloedt de ene fictie de andere.”

Tegelijkertijd kijkt de toeschouwer naar menselijke lichamen die steeds door een andere medium getoond worden en daardoor ook steeds groter worden. “Ook dat gegeven is voor mij heel belangrijk”, zegt Pensotti. “Ik wilde spelen met representatie: hoe kijk je naar een ander lichaam. Maar ik wilde ook laten zien hoe het kijken naar een ander je eigen verhaal kan veranderen.”

Het wiel uitvinden

Waarom heeft Pensotti voor de verhalen van hedendaagse vrouwen gekozen, in plaats van die van zijn inspiratiebron Kollontai? “Het communisme als politiek systeem is inmiddels een beetje ouderwets”, zegt de regisseur. “Tegelijkertijd zijn de politieke problemen van honderd jaar geleden niet veel anders dan die van nu. Als het gaat om vrouwenrechten of arbeidsomstandigheden zijn er nog veel stappen te maken.” Ondertussen is revolutie, net als het menselijke lichaam, vooral een handelsproduct geworden. “In de voorstelling gaat de revolutionaire na haar thuiskomst werken voor grote bedrijven. Zo werkt het echt: managementboeken laten zien hoe je politieke ideeën kan gebruiken om meer iPhones te verkopen.”

“De verhalen van de drie vrouwen stonden uiteindelijk voor mij voorop”, vertelt Pensotti. “Ik zie mezelf, heel klassiek, als een verhalenverteller. Maar ik zoek bij elk verhaal dat ik wil vertellen de beste manier om dat te doen. Dit drieluik, met de drie verschillende lichamen, in drie verschillende disciplines was in dit geval de beste methode.”

Wat die vormen betreft liet Pensotti zich vooral inspireren door de Russische avant-garde uit dezelfde periode als de Russische revolutie. “Filmregisseur Sergei Eisenstein was een inspiratie voor mijn vorige voorstelling Cineastas. Toen kwam ik er achter dat hij in zijn laatste werk theater en film had gecombineerd. In 1918. Moet je voorstellen hoe daar toen naar gekeken werd. Er was toen een enorme vrijheid om naar nieuwe vormen van expressie te zoeken.” Die behoefte herkent hij wel. “Ik begeef mezelf ook graag op nieuw artistiek terrein. Dat is natuurlijk erg spannend, maar ook heel bevrijdend. Omdat je, net als tijdens een revolutie, helemaal zelf opnieuw het wiel uit moet vinden.”