Interview met Salia Sanou

Salia Sanou | Du désir d’horizons

Toen de Burkinese choreograaf Salia Sanou gevraagd werd om te werken in een vluchtelingenkamp was hij in eerste instantie niet van plan daar een voorstelling over te maken. Maar de ontmoetingen in het kamp riepen zoveel bij hem op dat hij uiteindelijk Du désir d’horizon maakte: een voorstelling over hoop in een hopeloze omgeving. “Ik wil niet iets op het toneel zetten wat journalisten met hun werk veel beter kunnen tonen dan ik.”

Het begon allemaal met een uitnodiging, vertelt Salia Sanou. De Burkinese choreograaf werd door Gervanne en Matthias Leridon van de organisatie African Artists for Development gevraagd om naar de vluchtelingenkampen in Burkina Fasso te komen waar mensen zitten die gevlucht zijn voor het aanhoudende geweld in buurland Mali. De organisatie organiseert artistieke interventies in die kampen. “Toen ik accepteerde om me in te zetten voor dat project wist ik niet dat ik er inspiratie zou vinden voor nieuw werk”, zegt hij. “Ik wilde wel graag via dans een bescheiden steuntje in de rug geven aan mensen die gevangen zitten in een isolement, in eenzaamheid, in ballingschap.”

Hij vertrok met zijn team naar Mali en schrok van wat hij in de kampen aantrof: “Het eerste contact met de werkelijkheid van een vluchtelingenkamp was een schok voor mijn team en voor mij. We werden er ons bewust van een werkelijkheid die we ons niet hadden kunnen voorstellen.” Het leven in het kamp, zegt hij, is leven in de marge, maar is wel continu doordesemt met gevoelens van verlies, van somberheid, van verveling. “We begrepen meteen”, zegt hij, “dat dans en muziek enige zin met zich mee konden brengen, een beetje vrijgevigheid, beweging, aandacht. Luisteren en menselijkheid werden de motoren van ons werk. Zo kon de dans stukje bij beetje zijn plaats vinden in het kamp en laten zien tot welke mogelijkheden het in staat is.”

Echo

De ervaringen in het kamp maakten zodanig indruk dat Sanou uiteindelijk besloot om ze om te zetten in een dansvoorstelling met zijn professionele dansers. Toch is Du désir d’horizon nadrukkelijk geen documentaire, zegt hij. “Ik wilde niet iets op het toneel zetten wat journalisten veel beter kunnen tonen dan ik. De voorstelling is dan ook vooral een dansvoorstelling. Het zijn choreografie en beweging die een diepere betekenis moeten geven aan de ervaring die ik in die kampen heb gehad. Vanaf het begin voelde ik de behoefte aan een poëtische ruimte, die de toeschouwer ontvankelijk maakt voor een zekere staat van zijn, voor een echo uit een andere wereld. Een plek waar de dans, de tekst en de muziek een zeker verlangen en een zekere hoop invoelbaar maken.”

Deelgenoot

Een glimp hoop in een hopeloze omgeving, het gevoel van eenzaamheid in een kamp vol anderen, het waren dit soort tegenstrijdige gevoelens die Sanou in zijn voorstelling in dans probeerde om te zetten. En dat ging niet vanzelf, zegt hij. “Ik wilde een voorstelling maken die recht deed aan de complexe situatie van de vluchtelingen. Ik voelde soms alsof ik tegen de stroom in roeide toen ik probeerde de juiste kleur, het juiste bewegingsvocabulaire te vinden voor de voorstelling. Die zijn heel nauw verbonden met de specifieke persoonlijkheid van elke individuele danser en met wat er lichamelijk nodig is om de betekenis van de voorstelling over te brengen. De voorstelling mocht het uitgangspunt van het vluchtelingenkamp niet te veel theatraliseren of te veel dramatiseren.”

Uiteindelijk begint de voorstelling vrij donker, legt Sanou uit, om geleidelijk en met behulp van de dans die het kamp binnenkomt, de toeschouwer een deelgenoot te maken van de ervaring van hem en vooral die van de vluchtelingen. “Zo hoop ik een horizon te ontvouwen waar de hoop – soms reëel en soms irreëel-  en het leven samenvallen. De thematiek van de vluchtelingen vraagt van de toeschouwers om gezamenlijk een houding te vinden ten opzichte van wat ze zien op het toneel. Een houding die hopelijk verder gaat dan het politieke discours dat aan de thematiek van de vreemdeling is verbonden. Ik hoop dat de voorstelling vooral de poëtische vezels raakt die ieder mens in zich draagt.”