Interview met Sarah Vanhee

Sarah Vanhee | The Making of Justice

Het werk van de Vlaamse kunstenaar Sarah Vanhee maakt het onzichtbare zichtbaar. In The Making of Justice toont ze de achterkant van onze obsessie met veiligheid en strenger straffen. Met een zevental veroordeelde moordenaars werkte ze aan een script voor een misdaadfilm. “In onze schuldcultuur mogen we ons niet met daders identificeren.”

Al het wetenschappelijk onderzoek wijst uit: strenger straffen van misdadigers helpt niet. Ze helpen leren te resocialiseren wel. Toch roept de politiek, zowel in Vlaanderen als in Nederland, vooral om strengere straffen en meer aandacht voor de slachtoffers. Dat verbaasde de Vlaamse kunstenaar Sarah Vanhee. Nadat ze eerder al eens met gevangenen had gewerkt voor een ander project, besloot ze onze verhouding tot misdaad nog eens onder de loep te nemen. “Je kunt de discussie over misdaad en straf bijna alleen maar als een ideologische discussie beschouwen”, zegt ze. “Want terwijl de wetenschap steeds weer aantoont dat het niet helpt, roept de steeds conservatiever wordende politiek om strengere straffen. Ook al blijkt dat het economisch veel logischer is om ex-gevangenen beter te re-integreren.”

Het gaat in de discussie kortom niet wat het meest rationeel is om te doen, denkt ze, maar om wat ideologisch het beste voelt. “We denken in de dichotomie van slachtoffers en daders. Natuurlijk hebben veroordeelde moordenaars iets ergs gedaan. Maar wie zij zijn als mens, is meer dan alleen die misdaad.” Daarom vindt Vanhee de gevangenis ook zo’n absurde plek, zegt ze. “Een gevangenis geeft de mensen op straat de illusie dat het kwaad opgesloten zit. Het is niet zozeer efficiënt, het is vooral een geruststelling voor de wereld buiten.”

Misdaadfilm

Met haar werk als kunstenaar probeert Vanhee’s vrijwel altijd om zichtbaar te maken wat normaal gesproken onzichtbaar is. Zo toonde ze vorig jaar op Noorderzon in Oblivion dat wat ze normaal gesproken weg zou gooien. Met haar film The Making of Justice wil ze de mens tonen achter de misdaad. Daarom werkte ze met een zevental veroordeelde moordenaars aan het scenario van een fictieve misdaadfilm en filmde die bijeenkomsten. Vanhee: “In de film zien we hoe het scenario tot stand komt. Er wordt samen aan een verhaal gewerkt, maar de verschillende schrijvers spreken wel vanuit hun eigen achtergrond. Of in ieder geval: als kijker vermoed je dat. Je weet als kijker immers niet wat ze echt hebben meegemaakt.”

Zo ontstaat op verschillende niveaus een spel met feit en fictie. In hoeverre kleuren de maatschappelijke ideeën over misdaad en straf hoe je als toeschouwer naar de schrijvers-in-spe kijkt, zonder dat hij echt weet wat er is gebeurt? En in hoeverre is wat de schrijvers inbrengen waar of niet? Vanhee: “Omdat de camera er altijd bij was, ontstaat er al iets van fictie, die de deelnemers soms ook even ontglipt. De mannen waren heel open naar mij en naar elkaar. De fictie van het scenario is een manier om via een omweg over hun daad te kunnen spreken en om zo verschillende thema’s over misdaad en straf aan de orde te stellen. Zo wordt besproken hoe een film een overval meestal toont en hoe het echt is om bij een overval iemand te doden. Hoe voelt dat, de wetenschap dat je een ander mens hebt gedood? Dat heeft ook impact, ook op de dader. Word je ooit weer heel na zoiets?”

Moordmachines

De meeste moordenaars, zegt Vanhee, zijn geen geharde beroepsmoordenaars die van plan waren iemand te doden. De meeste moorden gebeuren min of meer per toeval. En de daders voelen zich niet alleen vaak schuldig naar het familie van het slachtoffer, maar ook naar hun eigen familie. “Ze voelen een grote schuld”, zegt Vanhee. “Er zit weinig heroïek in zoiets als moord. Ze zien zich, in eerste instantie, vooral als waardeloos. Je bent misschien zelf wel de strengste rechter voor jezelf.”

Een en ander botst nogal met hoe moordenaars in films worden geportretteerd. Of ze worden daarin neergezet als gewetenloze moordmachines, of juist als coole gasten. Ook die kloof tussen hoe moordenaars in de fictie worden geportretteerd en de werkelijkheid en de gevolgen van die fictie voor hoe we als samenleving naar misdaad en straf kijken, fascineren Vanhee. Die thematiek vond dus ook zijn plek in haar film. “In onze schuldcultuur is het niet de bedoeling dat we ons met daders identificeren. Daarom worden ze vooral als subject gezien: ze worden ingezet als symbool in de politieke discussie, maar niet met hen gesproken. Terwijl zij nu juist de experts zijn als het gaat om deze thema’s. Hun stem wordt te weinig gehoord.”