Spring naar inhoud

Lisa Loeb

Is Nederland wel zo geëmancipeerd? (Spoiler: nee)

In Nederland lopen we graag voorop. Zo legaliseerden we begin deze eeuw als eerste land ter wereld het homohuwelijk, en waren we in 2002 eveneens de eerste op het gebied van euthanasiewetgeving. Maar… zijn we wel zo progressief als we denken? De feiten spreken in elk geval tegen ons. In haar boek Fopfeminisme gaat cabaretier, schrijver en presentator Lisa Loeb in op de schijnrealiteit waarin we als Nederland leven als het gaat om sekseongelijkheid. Op Noorderzon zet ze haar betoog kracht bij middels een reis door haar persoonlijke familiegeschiedenis.

Interview door Tom Röfekamp

“We hebben een soort AliExpress-versie van emancipatie gemaakt die we over de wereld exporteren, zonder te kijken of die eigenlijk wel goed was"

In een huishouden waar haar ouders werk en zorg fiftyfifty verdeelden, leefde Lisa lang in de waan dat er niets mis was. Dat de manier waarop zij werd grootgebracht normaal was. Mannen konden zorg dragen voor de opvoeding en het huishouden, en vrouwen konden ambitieus, gedreven en sterke leiders zijn. En dat was de standaard.

De waan voorbij

Maar toen ze ging studeren, begon de waan te vervagen. Ze ondervond op het Conservatorium van Amsterdam aan den lijve hoe seksisme haar kansen op de arbeidsmarkt beïnvloedde. “Ik studeerde zang, en steeds werden wij als ‘zangeresjes’ gereduceerd tegenover de rest van de muzikanten. Toen vielen de schellen me een beetje van de ogen. Ineens waren er allemaal vooroordelen over mij die niet klopten,” vertelt Lisa.

Stapsgewijs ontdekte Lisa hoe groot de sekseongelijkheid nog altijd is in Nederland. En dat terwijl we pretenderen zo geëmancipeerd te zijn. “We hebben in de jaren 70 bedacht een gidsland te zijn, bijvoorbeeld op het gebied van omgang met vrouwen, maar we hebben nooit gekeken of we het eigenlijk wel goed doen. Daardoor hebben een soort AliExpress-versie gemaakt van emancipatie waarvan we dachten: die gaan we over de wereld exporteren. Dat gidsland-dna zit op een of andere manier heel erg in ons dna, we geloven daar heel erg in.”

Maar ondertussen worden we van alle kanten ingehaald. In haar boek presenteert Lisa een uitgebreide verzameling data die dat illustreren. Zo zijn we het laatste land in West-Europa dat nog nooit een vrouwelijke premier heeft gehad, staan we 43e op op de Global Gender Gap Index (één plek onder het Amerika van Trump) en voorlaatste op de EU-ranglijst van financiële gelijkheid tussen mannen en vrouwen (alleen Oostenrijk doet het slechter). Hoe heeft het toch zover kunnen komen?

Mythes

Natuurlijk is er de angst voor verandering, beaamt ook Lisa. Verandering die bovendien veel geld zou kosten. En dan heb je nog de angst om de onschuld kwijt te raken. De angst om toe te geven dat het al die tijd niet zo goed ging als je zei dat het ging. Maar dat is het niet alleen. Ook zijn er een aantal hardnekkige mythes die de de ongelijkheid in stand houden.

De hardnekkigste? Het onverstoorbare geloof in de biologische verschillen. “Natuurlijk zijn er wel biologische verschillen, maar ik heb het over het idee dat vrouwen willen zorgen en mannen willen werken omdat mannen leiders zijn en vrouwen volgers,” zegt Lisa. “Dat zit zo diep in ons, dat zelfs in de Noordse landen, waar ze het zoveel beter doen, nog ongelijkheid bestaat (IJsland, Finland en Noorwegen stonden op plek 1, 2 en 3 in de Global Gender Gap Index 2025, red.) Al is die rolverdeling zo geweest in de tijd van de jagers-verzamelaars, moeten we ons alsnog afvragen of dat nog steeds een reden is om de ongelijkheid in stand te houden. Er zijn heel veel dingen waarin we onze natuur of zogenaamde natuur ontstijgen, maar hier maken we dit toch ineens weer heel relevant op punten waarop het niet relevant is.”

Ogen op Den Haag

Met alle cijfers, data en de algehele deep dive in het Nederlandse canon wil Lisa aantonen dat dit systeem doelmatig ontworpen is, en dus ook weer ontmanteld kan worden. “Want dit systeem is gewoon gebouwd door wetgeving. Ik krijg al veel terug van lezers dat ze nu de cijfers en tools hebben om hun mening kracht bij te zetten in discussies. Maar het grootste doel is dat het de politiek en beleidsmakers bereikt, want er zijn nog steeds heel veel belastingprikkels en toeslagenregelingen die maken dat de ongelijkheid in stand wordt gehouden. We verplaatsen nu de sekseongelijkheid te veel naar het individu, terwijl het een probleem is van de hele samenleving. Dan heeft de politiek er toch wel een rol in te spelen om om dat op te lossen.”